Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 5984846 CV EXPL 17-4184)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze arbeidsrechtelijke zaak staat de vraag centraal of tussen appellant en geïntimeerde een nieuwe arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen voor de periode van 3 februari 2017 tot en met 2 oktober 2017. Appellant vordert nakoming van deze overeenkomst en betaling van loon over de betreffende periode.
De geïntimeerde stelt dat het aanbod voor verlenging voorwaardelijk was en verviel doordat appellant op 17 december 2016 niet op het werk verscheen. Het hof oordeelt dat geen sprake is van een voorwaardelijk aanbod, omdat dit niet concreet is gesteld en niet blijkt uit de communicatie. Ook is onvoldoende gebleken dat er mondelinge wilsovereenstemming was over essentiële arbeidsvoorwaarden.
Het hof stelt vast dat appellant de bewijslast draagt voor tijdige aanvaarding van het aanbod en staat hem toe bewijs te leveren dat hij het getekende contract op of omstreeks 16 december 2016 heeft geretourneerd. De zaak wordt aangehouden voor bewijslevering en verdere beslissing.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden voor bewijslevering over tijdige aanvaarding van het aanbod tot verlenging van de arbeidsovereenkomst.