Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
€ 3.135,04, oordeelt het hof als volgt. Uit punt 5.4.4. van voornoemde bijlage volgt dat bij (substantiële) geldboetes die zijn opgelegd ter zake van verkeersovertredingen in beginsel eveneens geen sprake is van schulden waarvan aannemelijk is dat zij te goeder trouw zijn ontstaan.
Ter zitting is de kantonrechter gebleken dat rechthebbende in staat is om zelf aan de bewindvoerder toestemming te geven voor het doen van beschikkingshandelingen.”