ECLI:NL:GHSHE:2019:2190
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beperking aftrek specifieke zorgkosten bij vergoeding aanvullende verzekering
Belanghebbende stelde beroep in tegen de aanslag inkomstenbelasting 2013 waarbij hij specifieke zorgkosten wilde aftrekken die deels door een aanvullende verzekering waren vergoed. De rechtbank had de aftrek beperkt vastgesteld en het hof bevestigt deze uitspraak.
Het geschil betrof de vraag of de door de aanvullende verzekering vergoede zorgkosten aftrekbaar zijn. Het hof oordeelde dat deze kosten niet op belanghebbende drukken omdat hij een vergoeding ontvangt die zijn vermogen niet vermindert. Ook de betaalde premies voor de aanvullende verzekering zijn niet aftrekbaar volgens de wet.
Belanghebbende voerde aan dat dit tot rechtsongelijkheid leidt, maar het hof verwierp dit beroep op het discriminatieverbod omdat de wetgever een redelijke en objectieve rechtvaardiging heeft voor het onderscheid tussen vergoede en niet-vergoede kosten.
Het hof verwierp ook het argument dat een aanvullende verzekering vergelijkbaar is met een 'familiepotje' waaruit kosten worden betaald, omdat ook in dat geval de kosten niet op de belastingplichtige drukken.
De conclusie is dat het hoger beroep ongegrond is en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er worden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat zorgkosten die door een aanvullende verzekering worden vergoed niet aftrekbaar zijn en wijst het hoger beroep af.