Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 6094489 CV EXPL 17-3030)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord met zes producties.
3.De beoordeling
- De (rechtsvoorganger van de) stichting heeft met ingang van 29 juli 1998 aan [geïntimeerde] de woning aan de [adres] te [plaats] verhuurd.
- Op 8 februari 2017 heeft de politie een huiszoeking gedaan in de woning. In het daarvan opgemaakte proces-verbaal staat onder meer het volgende.
- In de woning zijn in totaal 634 gram softdrugs en 856 lege gripzakjes aangetroffen.
- Bij brief van 10 februari 2017 heeft de Officier van Justitie aan [geïntimeerde] meegedeeld dat de strafzaak tegen hem wordt geseponeerd omdat er niet genoeg wettig en overtuigend bewijs is om een strafzaak tegen hem te beginnen.
- Bij brief van 24 april 2017 heeft de burgemeester van Breda aan de stichting meegedeeld wat er bij de huiszoeking is aangetroffen. In de brief is aan de stichting voorts een formele waarschuwing gegeven dat de burgemeester bij een volgende overtreding van de Opiumwet sterk overweegt om over te gaan tot sluiting van de woning voor een periode van drie maanden.
- Bij brief van 12 mei 2017 heeft de stichting aan [geïntimeerde] meegedeeld dat hij ernstig in de nakoming van de huurovereenkomst tekort is geschoten en dat de stichting daarom de huurovereenkomst met hem wil beëindigen. De stichting heeft in de brief aan [geïntimeerde] de mogelijkheid geboden om de huurovereenkomst zelf op te zeggen. [geïntimeerde] heeft van die mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
- primair: het geven van een verklaring voor recht dat geen sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst, onder afwijzing van de vorderingen van de stichting;
- subsidiair: het geven van een verklaring voor recht dat de tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst de ontbinding van de huurovereenkomst niet rechtvaardigt, zodat deze moet worden afgewezen en mitsdien tevens de vordering tot ontruiming af te wijzen;
- De reconventie is bedoeld als verweer tegen de vordering in conventie en moet als zodanig beschouwd worden (rov. 3.1).
- De aanwezigheid van 634 gram softdrugs in de woning brengt mee dat [geïntimeerde] in de nakoming van de huurovereenkomst is tekortgeschoten (rov. 3.6).
- In dit geval is sprake van een bijzondere omstandigheid die ertoe leidt dat de vastgestelde tekortkoming de ontbinding van de huurovereenkomst met haar gevolgen niet rechtvaardigt. De vorderingen van de stichting moeten daarom worden afgewezen (rov. 3.7 en 3.8).
- Omdat de vordering in reconventie gelijk gesteld wordt aan het verweer in conventie en op dat verweer reeds is beslist, wordt de vordering in reconventie afgewezen (rov. 3.9).
- de vorderingen van de stichting in conventie afgewezen;
- de vorderingen van [geïntimeerde] in reconventie afgewezen;
- de proceskosten in conventie en in reconventie gecompenseerd, aldus dat elke partij de eigen proceskosten moet dragen.
- [geïntimeerde] heeft de door hem in eerste aanleg genomen gedingstukken aangeduid als ‘conclusie van antwoord’ en als ‘conclusie van dupliek’, zonder daarbij melding te maken van enige eis in reconventie.
- De stichting heeft geen conclusie van dupliek in reconventie genomen, en was kennelijk van oordeel dat het debat in eerste aanleg na de door [geïntimeerde] genomen conclusie van dupliek voltooid was.
4.De uitspraak
- ontbindt de huurovereenkomst tussen de stichting en [geïntimeerde] met betrekking tot de woning aan de [adres] te [plaats] ;
- veroordeelt [geïntimeerde] om de woning binnen veertien dagen na betekening van dit arrest met alle daarin aanwezige personen en zaken, voor zover deze niet het eigendom zijn van de stichting, te verlaten en te ontruimen, en onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van de stichting te stellen;
- veroordeelt [geïntimeerde] in de proceskosten van het geding bij de kantonrechter en begroot die kosten op € 97,31 aan dagvaardingskosten, € 117,-- aan griffierecht en op € 300,-- aan salaris gemachtigde;