Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellant 2],
wonende te [woonplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 3304987 CV EXPL 14-4805)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep met productie;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep;
- de akte in principaal hoger beroep van [appellanten c.s.] ;
- de antwoordakte in principaal hoger beroep van [de bewindvoerder pro sé en q.q.]
3.De vaststaande feiten
positie A: betonnen, deels vermetselde straatstenen, paarskleurige leistenen, rode gebakken keramische tegels, restanten metselwerk met betonnen blokken;
positie B: stukjes golfplaat (door [expertise en taxatie] aangemerkt als asbestverdacht), een betonnen trapeziumvormige ligger, een betonnen schuttingpaal, stukjes rode dakpannen, een betonnen fiets standaard, een autoband, stukken betonvloer;
positie C: een betonnen ongewapende rand;
positie D: een autoband, betonnen trapeziumvormige liggers, een betonnen mestroostertegel, een betonnen paaltje met inscriptie "NS";
.
positie E: een aanrechtblad;
positie F: metselwerkbrokken, metalen palen met betonnen funderingsvoeten;
positie G: enige mate van puin (volgens [expertise en taxatie] wat betreft de hoeveelheid niet in verhouding in vergelijk met posities A tot en met F);
.
positie L: restanten plastic kunstmestzakken van de leverancier “ [leverancier] ”, een witgekleurd zeil, op circa 20 cm diepte diverse stukken golfplaten (door [expertise en taxatie] aangemerkt als asbestverdacht).
4.De procedure in eerste aanleg
primair: veroordeling van [de bewindvoerder pro sé en q.q.] om op eigen kosten opdracht te geven aan een daartoe gespecialiseerd bedrijf om de hiervoor bedoelde waterpartij te reinigen, althans te ontdoen van asbest en puin, althans van stoffen, zoals nader omschreven in het rapport van [expertise en taxatie] van 22 januari 2014, op straffe van verbeurte van een dwangsom;
5.De beoordeling in hoger beroep
“Verkoper staat niet in voor andere eigenschappen dan die voor een normaal gebruik, zijnde het agrarisch gebruik, nodig zijn”) en artikel 5 lid 6 van Pro de koopovereenkomst
(“Koper is voornemens het verkochte te gebruiken ter uitoefening van een melkveebedrijf, zijnde het toekomstige gebruik”). Dit betekent dat [appellanten c.s.] mocht verwachten dat het perceel de eigenschappen bezit die voor een agrarisch gebruik van het perceel, in het bijzonder het gebruik als melkveebedrijf, nodig zijn. Hoewel ook vast staat dat [appellanten c.s.] voorafgaande aan het sluiten van de koopovereenkomst niet aan [de bewindvoerder pro sé en q.q.] heeft medegedeeld dat hij de waterpartij wilde gebruiken als drinkwatervoorziening voor zijn vee en voor beregening van gewassen, zijn partijen het erover eens dat dit gebruik is aan te merken als agrarisch gebruik van het perceel.