Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellante 2] ,wonende te [woonplaats] ,
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
8.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 17 juli 2018;
- de memorie na tussenarrest van [geintimeerden c.s.] met producties;
- de antwoordmemorie na tussenarrest van [appellant 1] met een productie.
9.De verdere beoordeling
€ 1.500,-- overgemaakt ten titel van “eenmalige schenking [betrokkene] ”. Zij verklaren ten overstaan van de notaris hierover dat het de heer [betrokkene] was die kort voor zijn overlijden deze bedragen aan de kinderen wilde schenken. Toen hij kort daarop overleed, heeft [erflaatster/wilsonbekwame] deze schenkingen alsnog gedaan.
€ 216.794,53 (de vordering van € 197.794,53 minus € 1.000,-- (rekenfout) plus € 20.000 schenking [appellanten c.s.] ) [geintimeerden c.s.] een bedrag van € 30.800,-- (€ 20.000,-- schenking [appellanten c.s.] plus € 5.000,-- tuinonderhoud c.a. plus € 5.800,-- koperdiefstal) kunnen verantwoorden. Zij dienen dan ook een bedrag van € 185.994,53 te vermeerderen met de wettelijke rente op de boedelrekening te voldoen. Tegen de ingangsdatum van de wettelijke rente is geen gericht verweer gevoerd. De vordering onder a. kan voor voormeld deel worden toegewezen.