ECLI:NL:GHSHE:2019:1622
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kennelijk onredelijk ontslag en achterstallig salaris na langdurig dienstverband
De werknemer trad in 1986 in dienst bij de werkgever en werkte tot 2014 als chef werkplaats. Het ontslag vond plaats op grond van bedrijfseconomische redenen met toestemming van het UWV. De kantonrechter verklaarde het ontslag kennelijk onredelijk, wees de schadevergoeding af maar kende achterstallig salaris toe.
In hoger beroep bevestigde het hof het kennelijk onredelijk ontslag en oordeelde dat de werkgever onvoldoende rekening had gehouden met de belangen van de werknemer, ondanks de slechte financiële situatie. Het hof wees het habe nichts-verweer af en kende een schadevergoeding van €10.000 toe.
Daarnaast werd de vordering tot betaling van achterstallig salaris, bestaande uit te weinig uitbetaald loon, vakantietoeslag en onterecht ingehouden bedrijfskleding, toegewezen. De werkgever kon niet aantonen dat er definitieve afspraken waren over de eindafrekening.
Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter voor zover de schadevergoeding was afgewezen en bekrachtigde het vonnis voor het overige. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding, achterstallig salaris, proceskosten en wettelijke rente.
Uitkomst: Het hof veroordeelt de werkgever tot betaling van €10.000 schadevergoeding en achterstallig salaris, en bekrachtigt het overige vonnis.