Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met het procesdossier van de eerste aanleg en producties, ingekomen ter griffie op 6 december 2018;
- het verweerschrift met producties, waaronder het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 21 augustus 2018, ingekomen ter griffie op 28 januari 2019;
- een brief van [appellant] houdende een akte inbrengen producties tevens houdende bewijsaanbod, ingekomen ter griffie op 1 maart 2019;
- een brief van [verweerster] met productie, ingekomen ter griffie op 6 maart 2019;
Het rechtzetten van dozen op pallets langs de vloerlijnen;
De output tijdens de werkzaamheden;
Het telefoon gebruik op de werkvloer;
Het rechtzetten van dozen op pallets langs de vloerlijnen;
De output tijdens de werkzaamheden;
Het telefoon gebruik op de werkvloer;
“De inzet van [appellant] is meer dan goed te noemen. [appellant] spreekt slecht Nederlands. Hij is bijna niet verstaanbaar. Dit is lastig in het team.”Tijdens een tweede evaluatiegesprek op 9 december 2016 is de opmerking herhaald dat de inzet meer dan goed te noemen is. Daarnaast is gezegd dat [appellant] twee keer te laat is gekomen.
“(…) Het uitpakken op de retouren post 18 gaat moeizaam bij [appellant] . Het kost heel veel tijd om [appellant] constant te monitoren. Daarnaast gaat het ook zo langzaam dat er ook geen productie gemaakt wordt met alle gevolgen van dien. Ter vergelijking, een medewerker met dezelfde functie als [appellant] leert zo’n eenvoudig proces binnen enkele dagen. (…) Kort samen gevat is dit de 2e taak binnen de [locatie] die boven zijn kunnen gaat, terwijl het taken zijn die binnen zijn opgestelde functie in enkele dagen te leren zouden moeten zijn. De spreektaal, maar ook het begrijpend lezen van cijfers en letters blijven ver achter op niveau.(…)”Op 2 november 2017 wordt genoteerd:
“(…) Ten opzichte van week 41 is er nog weinig verbetering in het controleren van de artikelen waar [appellant] moeite mee heeft en het tempo in aantal lijnen halen. Er blijven nog veel aandachtspunten. (…)”
“(…) Je maakt veel meer fouten dan acceptabel (50% is fout, norm is 2 fouten per 10.000 lijnen)(…) Het aantal lijnen dat je verwerkt ligt ook aanzienlijk lager (40 lijnen per dag) dan wat voor een solide prestatie (120 lijnen per dag) noodzakelijk is. Je resultaten zijn niet verbeterd in de 12 weken die je nu aan de twee nieuwe posten (ontvangst retouren en ontvangst leveranciersgoederen) werkt. Je begrijpt de standaard werk instructies niet en hebt iedere dag opnieuw dezelfde uitleg nodig. (…) We hebben inmiddels een aantal keer met je gesproken over je inzetbaarheids voortgang en resultaten. Het inleren op de afgesproken posten heeft niet tot resultaat geleid, en in de nederlandse taal zien we nog geen verbetering. Je functioneert ver onder de maat. We hebben onze twijfels of je het gewenste niveau van je functie gaat bereiken. Binnen [verweerster] zijn ook geen functies op een lager niveau dan jij nu uitvoert. We willen na je vakantie met je in gesprek gaan of we een performance plan gaan opstarten of een andere mogelijkheid moeten aanbieden.(…)”
“ [appellant] geen solide prestatie heeft kunnen behalen op alle onderdelen van dit plan. Hiermee is het verbeterplan niet succesvol afgesloten en is gezien de ontwikkelingen die [appellant] de afgelopen maanden heeft laten zien, niet reëel te achten dat hij een solide prestatie zal bereiken. [verweerster] zal om deze reden dan ook de voorbereidingen gaan treffen om de arbeidsovereenkomst van [appellant] te laten ontbinden, aangezien er geen toekomstmogelijkheden meer zijn voor [appellant] in de [verweerster] -organisatie.”
“Je functioneert ver onder de maat. We hebben onze twijfels of je het gewenste niveau van je functie gaat bereiken. Binnen [verweerster] zijn ook geen functies op een lager niveau dan jij nu uitvoert. We willen na je vakantie met je in gesprek gaan of we een performance plan gaan opstarten of een andere mogelijkheid gaan aanbieden.(…)”. Vanaf februari 2018 is een verbetertraject gaan lopen waarbij vier doelen zijn geformuleerd (rov. 3.1.12.). Dit betreft de onderdelen: 1. ontvangst retouren, 2. ontvangst leveranciersgoederen, 3. dozen maken en 4. Nederlands op niveau A1 (zie ook rov. 3.1.13.). Ook in dit verbetertraject zijn er vele evaluaties geweest. In juli 2018 is de eindconclusie:
“ [appellant] heeft geen solide prestatie kunnen behalen op alle onderdelen van dit plan.”
Daarmee staat vast dat [appellant] niet voldeed in zijn functie en dat sprake is van de zogeheten ‘d-grond’ uit artikel 7:669 lid 3 BW Pro. Doelen op middellange termijn zoals het worden van reachtruckchauffeur behoeven dan ook geen verdere bespreking.