Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het verloop van de procedure
- [verzoeker] , bijgestaan door mr. Onderdonck;
- [verweerder] , bijgestaan door mr. Bravenboer.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak betreft het een hoger beroep van verzoeker tegen een vonnis van de rechtbank waarin hij veroordeeld werd tot betaling van huurachterstand en gebruiksvergoeding voor een bedrijfsruimte. Verzoeker verzocht het hof om een voorlopig getuigenverhoor te gelasten om verklaringen van diverse getuigen te toetsen die volgens hem onjuist waren.
Het hof overwoog dat verzoeker niet voldoende had toegelicht welke feiten hij met het getuigenverhoor wilde bewijzen en welk belang hij daarbij had. Tevens was het verzoek vaag en leek het meer een 'fishing expedition'. Het hof stelde dat in de bodemprocedure nog gelegenheid is tot getuigenverhoor indien nodig.
Verder oordeelde het hof dat het verzoek misbruik van bevoegdheid kon zijn en in strijd met de goede procesorde, mede gezien de kosten en de reeds geplande comparitie. Daarom wees het hof het verzoek af en veroordeelde verzoeker in de proceskosten.
De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 11 april 2019 door drie raadsheren van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor af wegens gebrek aan belang en strijd met de goede procesorde.