Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[de vennootschap 1] .,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[de vennootschap 2],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[de vennootschap 3]gevestigd te [vestigingsplaats] ,
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 13 september 2016 waarbij het hof een comparitie na aanbrengen heeft gelast (die vervolgens echter niet heeft plaatsgevonden);
- de memorie van grieven van 13 december 2016 met producties;
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep van 21 februari 2017 met producties;
- de ambtshalve verleende akte niet dienen ten aanzien van de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep.
De beoordeling
DEFINITIES
Artikel 2
de beheerder” [B.V.] (later [appellante sub 2] ) “
of (een) nader door haar aan te wijzen derde(n)” is en heeft [geïntimeerde] niet, althans onvoldoende gemotiveerd betwist dat het [appellante sub 1] is die het beheer uitoefent en de parklasten en andere (verbruiks)kosten int. Evenmin heeft [geïntimeerde] de cessie aan [appellante sub 1] betwist, althans heeft hij die onvoldoende gemotiveerd betwist.
Om de procedure te kunnen voortzetten dienen partijen, en mogelijk getuigen, zich uitgebreid en gedetailleerd te gaan verdiepen in het verleden om gegevens boven water te halen die zich jaren geleden hebben voorgedaan.
7.De uitspraak
in viervoudaan het hof;