Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellante 2] ,wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 5145181 CV EXPL 16-4433)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord met producties.
3.De beoordeling
- Met ingang van 28 mei 1998 heeft (de rechtsvoorganger van) Casade aan [appellant 1] en [appellante 2] de woning aan de [adres] te [plaats 1] verhuurd.
- Op 2 april 2016 kregen wijkagenten een melding van overlast van al langere tijd (omstreeks een jaar) bestaande drugshandel door de meerderjarige zoon van [appellant 1] en [appellante 2] , [meerderjarige zoon van appellanten] . De melding was afkomstig van de eigenaar van de Plus Supermarkt, gelegen achter de woning van [appellant 1] en [appellante 2] . De parkeerplaats van de Plus Supermarkt en de woning van [appellant 1] en [appellante 2] grenzen direct aan elkaar. De melding is vastgelegd in een mutatierapport van de politie.
- Naar aanleiding van deze melding heeft de politie op 7 april 2016 een observatie gehouden vanuit het pand van de Plus Supermarkt. De politie heeft daarvan een mutatierapport opgemaakt, waarin onder meer het volgende staat:
- [meerderjarige zoon van appellanten] is op 7 april 2016 verhoord door de politie wegens verdenking van handelen in strijd met de Opiumwet. De politie heeft een proces-verbaal opgemaakt van dat verhoor.
- Bij brief van 13 april 2016 heeft Casade aan [appellant 1] en [appellante 2] meegedeeld dat er op 7 april 2016 drugs en drugsgerelateerde materialen zijn aangetroffen in de woning en dat Casade om die reden tot beëindiging van de huurovereenkomst wil komen. Casade heeft [appellant 1] en [appellante 2] in de brief in de gelegenheid gesteld om de huur zelf op te zeggen, teneinde de kosten van een gerechtelijke procedure te voorkomen.
- Bij brief 13 juni 2016 heeft de Officier van Justitie aan [meerderjarige zoon van appellanten] meegedeeld dat een proces-verbaal is binnengekomen waarin [meerderjarige zoon van appellanten] als verdachte is aangemerkt en dat de Officier van Justitie heeft besloten om [meerderjarige zoon van appellanten] daarvoor niet verder te vervolgen omdat het naar oordeel van de Officier van Justitie een feit van betrekkelijk geringe aard/omvang betreft.
- ontbinding van de huurovereenkomst;
- veroordeling van [appellant 1] en [appellante 2] tot ontruiming van de woning;
- veroordeling van [appellant 1] en [appellante 2] tot betaling van € 442,89 per maand voor elke ingegane maand vanaf de ontbinding van de huurovereenkomst tot aan de ontruiming van de woning, vermeerderd met wettelijke rente;
- Casade heeft het vonnis op 10 januari 2017 aan [appellant 1] en [appellante 2] laten betekenen en daarbij aangezegd dat de woning op 7 februari 2017 zal worden ontruimd.
- [appellant 1] en [appellante 2] hebben in kort geding schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis gevorderd. Die vordering is afgewezen bij het als productie 8 bij de memorie van grieven overgelegde vonnis in kort geding van 10 februari 2017.
- [appellant 1] en [appellante 2] hebben de woning op 6 februari 2017 vrijwillig ontruimd.
- meldingen bij de politie over drugshandel in de directe nabijheid van de woning;
- de observatie door de politie, waarbij een koper van drugs is ‘afgevangen’, die heeft verklaard dat hij al gedurende een half jaar drugs koopt van [meerderjarige zoon van appellanten] ;
- de door de politie aangetroffen materialen, waaronder een grote hoeveelheid gripzakjes, weegschalen, versnijdingsmiddelen enzovoort.