Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met het procesdossier van de eerste aanleg, ingekomen ter griffie op 18 oktober 2017;
- de aantekeningen van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 20 december 2016, ingekomen ter griffie op 7 november 2017;
- het aanvullend verzoekschrift strekkende tot wijziging van het verzoek van [appellant] , ingekomen ter griffie op 23 november 2017;
- het verweerschrift, ingekomen ter griffie op 24 november 2017;
- het formulier ‘Indienen nadere stukken’ van [verweerster] met als bijlage een Legal opinion inzake artikel 7:668a lid 12 BW, ingekomen ter griffie op 3 januari 2018;
3.De beoordeling
Career potential and Development
Ik heb aangegeven dat het mij bevreemdt dat ik nu een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd aangeboden krijg. Immers is mij aangegeven, door onze toenmalige country manager Mevr. [toenmalig CEO] , dat ik een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zou krijgen per 1 januari 2016. Dit alles schriftelijke vastgelegd en ondertekend in een “Verslag samenwerking” d.d. 03 juni 2015. Ik teken nu deze overeenkomst om mijn werkzaamheden voort te kunnen zetten in goede harmonie. Echter merk ik uitdrukkelijk op dat ik het recht voorbehoud aanspraak te maken op een toezegging voor de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd mocht er in augustus 2016 geen arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd volgen. Jullie kunnen er dus niet vanuit gaan dat ik met de akkoordverklaring afstand doe van mijn recht op een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.”
Hierbij bevestigen wij, dat wij de arbeidsovereenkomst, aangevangen op 1 mei 2013, beëindigen op 31 augustus 2016.”
- [verweerster] te veroordelen om de arbeidsovereenkomst met terugwerkende kracht per 31 augustus 2016 te herstellen, onder verbeurte van een dwangsom,
- [verweerster] te veroordelen tot betaling van het salaris en de emolumenten vanaf 31 augustus 2016 tot de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente;
- [verweerster] te veroordelen tot toelating van [appellant] tot de overeengekomen werkzaamheden, onder verbeurte van een dwangsom;
- [verweerster] te veroordelen de arbeidsovereenkomst te herstellen met ingang van een door het hof te bepalen datum;
- een voorziening te treffen omtrent de rechtsgevolgen van de onderbreking van de arbeidsovereenkomst;
In de periode dat dit gesprek heeft plaats gevonden tussen mij (…) en Dhr. [appellant] (…) is er door mij toegezegd dat de heer [appellant] in 2016 een contract voor onbepaalde tijd verkreeg. De toezegging is door mij gedaan in een persoonlijk gesprek met Dhr. [appellant] met medeweten van zowel het HR management in België als in Nederland, resulterend in het verslag.
Voordat ik antwoord geef richt ik mij tot de gemachtigde van de gedaagde partij. Ik heb een geheimhoudingsverplichting en wil weten of mij toegestaan wordt een verklaring af te leggen.