Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag opgelegd omdat hij geen parkeerkaartje had achtergelaten. Hij probeerde te betalen bij een parkeerautomaat die een interne storing vertoonde, waardoor pinbetaling niet mogelijk was. De Heffingsambtenaar stelde dat drie minuten een redelijke termijn is om alsnog te betalen, maar het hof oordeelde dat dit niet aannemelijk is.
Tijdens de zitting werd vastgesteld dat belanghebbende eerst de pinpas invoerde en pas daarna de storing op het scherm verscheen. Omdat op de automaat niet stond vermeld dat pinbetaling niet mogelijk was, mocht belanghebbende aannemen dat de automaat defect was en op zoek gaan naar een andere automaat. De wandeling naar een andere automaat en terug nam ongeveer drie minuten in beslag, zonder rekening te houden met het daadwerkelijk betalen.
Het hof vernietigde daarom de naheffingsaanslag en de eerdere uitspraken van de rechtbank en de heffingsambtenaar. Tevens werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en proceskosten aan belanghebbende.