Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 10 april 2018;
- de akte na tussenarrest van [appellante] ;
- de akte schorsing rechtsgeding van Warmande;
- de antwoordakte van [appellante] .
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak staat een incident centraal waarbij Stichting Warmande verzoekt om schorsing van het geding op grond van artikel 225 Rv Pro, omdat haar onderneming volgens haar is overgegaan naar ZorgSaam B.V. door een activa/passiva transactie. Warmande stelt dat hierdoor de arbeidsverhouding met appellante per 1 juli 2018 is geëindigd en zij niet langer partij zou zijn.
Appellante betwist dit en voert aan dat Warmande op grond van artikel 7:663 BW Pro nog gedurende één jaar naast de verkrijger hoofdelijk aansprakelijk blijft voor verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst die zijn ontstaan vóór de overgang. Het hof stelt vast dat Warmande formeel nog partij is en dat de vordering van Warmande tot schorsing daarom wordt afgewezen.
Daarnaast constateert het hof dat Warmande nogmaals de gelegenheid krijgt om een antwoordakte te nemen in de hoofdzaak, waarna verdere beslissingen worden aangehouden. Warmande wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident.
Het arrest is gewezen door drie raadsheren en op 6 november 2018 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hof wijst het schorsingsverzoek van Warmande af en veroordeelt haar in de proceskosten.