Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
6.De verdere beoordeling
- het aantal uren dat [geïntimeerde] per vrachtwagencombinatie in rekening kan brengen;
- de vraag of [geïntimeerde] de inzet van een extra man in rekening kan brengen;
- de vraag of [geïntimeerde] de inzet een extra vrachtwagen in rekening kan brengen;
- de vraag of [geïntimeerde] gebruikt gereedschap afzonderlijk in rekening kan brengen.
werkelijkgemaakte uren, lag het op de weg van [geïntimeerde] om, naar aanleiding van het verweer van [appellante] dat met de inzet van twee vrachtwagencombinaties had kunnen worden volstaan, gemotiveerd haar stelling te onderbouwen dat de inzet van drie vrachtwagencombinaties gedurende het aantal gedeclareerde uren noodzakelijk was. De enkele stelling dat alle drie de vrachtwagencombinaties zijn gebruikt, is daartoe niet voldoende. Zo had van [geïntimeerde] mogen worden verwacht (i) dat zij concreet had gesteld wat de gezamenlijke oppervlakte en omvang van de te verhuizen machines was, (ii) wat de laadcapaciteit was van de vrachtwagencombinaties waarover het bedrijf van [geïntimeerde] de beschikking had en (iii) waarom in het licht van deze twee genoemde factoren het transport met slechts twee (eventueel grotere) vrachtwagencombinaties onmogelijk was. Dat heeft [geïntimeerde] niet gedaan, zodat het verweer van [appellante] in zoverre slaagt.
€ 250,00
Daarmee volgt uit de eigen stellingen van [appellante] - die wel bij de beoordeling kunnen worden betrokken - niet dat [appellante] op dit moment schade heeft geleden in verband met de (gestelde) beschadigingen aan de vloer van de bedrijfshal te [plaats 1] . (De vergelijking met een beschadigde auto waarmee toch gereden kan worden, gaat op dit punt dan ook geheel mank). Dit onderdeel van de vordering zal om die reden moeten worden afgewezen.
Voor zover [appellante] heeft beoogd bij onderdeel 37 van haar antwoordakte na comparitie van 19 december 2017 haar eis te vermeerderen en zij thans ook afschriften wenst van de WAM polissen - die naar hun aard niet vallen onder ten gunste van [appellante] te sluiten verzekering nu het hier verplichte polissen /verzekeringen betreft (artikel 2 WAM Pro) - acht het hof deze vermeerdering bij het laatste processtuk en na een uitgebreide comparitie van partijen en vervolgcomparitie van partijen, in strijd met de goede procesorde. Deze vermeerdering van eis zal om die reden niet worden aanvaard. In het midden kan dan ook blijven of [appellante] bij een dergelijke afgifte gezien het tijdverloop nog enig belang heeft.