Uitspraak
5.De beschikking van 16 november 2017
6.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
7.De verdere beoordeling
22 november 2018.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak betreffende personen- en familierecht heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch op 2 augustus 2018 een voorlopige omgangsregeling vastgesteld tussen de vader en zijn minderjarige kind. Het hof volgde het advies van de Raad voor de Kinderbescherming, die concludeerde dat persoonlijk contact op dat moment niet in het belang van het kind was, maar dat schriftelijk contact met professionele ondersteuning wel gewenst is.
De moeder gaf aan dat het kind nog niet klaar is voor contact en bang is voor herstel van de relatie, terwijl de vader instemde met het advies. Het hof bepaalde dat het schriftelijk contact eenmaal per drie weken mag plaatsvinden, onder begeleiding van hulpverleners, en dat Skype-contacten pas kunnen worden overwogen als het kind daar klaar voor is.
Verder hield het hof iedere verdere beslissing omtrent de omgangsregeling aan tot 22 november 2018, waarbij de Raad voor de Kinderbescherming wordt verzocht een rapport uit te brengen over het verloop van het contact en een advies over een eventuele omgangsregeling. Deze beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof stelt een voorlopige schriftelijke omgangsregeling vast met contact eenmaal per drie weken onder professionele begeleiding, en houdt verdere beslissing aan tot november 2018.