Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/341177/KG ZA 18-65)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met grieven en producties;
- de memorie van antwoord.
3.De beoordeling
vrouwheeft de man bij dagvaarding van 9 februari 2018 gedagvaard in kort geding. De vrouw heeft, samengevat, gevorderd:
manis in eerste aanleg niet verschenen. Tegen hem is verstek verleend.
vrouwheeft tijdig hoger beroep ingesteld. Zij heeft in hoger beroep geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden vonnis en, opnieuw rechtdoende, bij arrest voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad de vordering van de vrouw in eerste aanleg alsnog toe te wijzen. Daarbij heeft zij haar vordering aangevuld in die zin dat zij thans ook vordert de man te veroordelen om de woning “met al het zijne en de zijnen” te verlaten.
- het spoedeisend belang (grief 1)
- de terugkoop van de woning door [woonstichting] (grief 2)
vrouwstelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat zij geen spoedeisend belang heeft. De vrouw vordert nakoming van de ter zitting van 25 januari 2017 door partijen overeengekomen afspraken. De man moest uiterlijk op 17 april 2017 zorgdragen voor het ontslag van de vrouw uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid. De man heeft daar niet voor gezorgd. Van de vrouw hoeft niet te worden verwacht dat zij nog langer deelneemt in een onverdeelde gemeenschap. De man heeft de vrouw al die tijd niets laten weten en is kennelijk niet in staat de woning over te nemen.
manerkent dat hij uiterlijk op 17 april 2017 zorg diende te dragen voor het ontslag van de vrouw uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid, maar de vrouw stelt niet welke nadelige gevolgen zij thans ondervindt. Zij heeft haar stelling dat zij een spoedeisend belang heeft niet geconcretiseerd en onderbouwd. Het oordeel van de voorzieningenrechter dat de in kort geding vereiste urgentie bij de gevorderde voorziening niet is komen vast te staan is juist en de vrouw heeft in hoger beroep geen aanvullende informatie verschaft.
hofstelt voorop dat in hoger beroep niet beslissend is of in eerste aanleg al dan niet terecht een spoedeisend belang is aangenomen. Het gaat erom of ten tijde van de uitspraak in hoger beroep een spoedeisend belang aanwezig is.
vrouwbetoogt met haar tweede grief dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat onduidelijk is of [woonstichting] een terugkoopovereenkomst heeft opgesteld en of de man weigerachtig is mee te werken aan het tekenen ervan, althans zijn medewerking weigert aan de terugkoop van de woning. De vrouw overlegt thans diverse producties (producties 2, 3, 4 en 5 bij dagvaarding in hoger beroep) waaruit zulks blijkt.
manerkent in de memorie van antwoord (d.d. 22 mei 2018) dat de woning moet worden verkocht en is bereid hieraan zijn medewerking te verlenen. Hij is door diverse onfortuinlijke persoonlijke omstandigheden in de afgelopen periode in onvoldoende mate in staat geweest zijn financiële zaken te regelen. Hij heeft zich daarom gewend tot een budgetbeheerder ( [budgetbeheer] Budgetbeheer te [plaats 2] ). De budgetbeheerder zal in overleg treden met [woonstichting] om de verkoop van de woning te realiseren.
hofstelt vast dat niet (meer) in geschil is dat het recht van erfpacht van partijen (partijen spreken abusievelijk over de woning) ter terugkoop aan [woonstichting] moet worden aangeboden.