Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de man in zijn verzoekschrift niet-ontvankelijk te verklaren, althans zijn verzoeken af te wijzen als zijnde ongegrond;
- te bepalen dat de vrouw gerechtigd is tegenover de man om de woning, waaronder eveneens zijn begrepen de als bedrijf in gebruik zijnde ruimtes aan het adres [adres] , [postcode] [plaats] , te blijven bewonen en de tot de inboedel, waaronder eveneens zijn begrepen alle goederen die nodig zijn voor de bedrijfsuitoefening van de vrouw, zijnde alle goederen van de eenmanszaak [kookstudio en Bed & Breakfast] Kookstudio en Bed & Breakfast te blijven gebruiken tot zes maanden na de inschrijving van de beschikking tot echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand;
- te vernietigen de verkoopopdracht d.d. 27 juni 2016 gegeven aan [makelaardij] Vastgoed BV Makelaardij te [vestigingsplaats] ;
- de man te veroordelen tot het betalen van een bedrag van € 1.120,-- tot en met heden binnen een week na de in deze te geven beschikking en vervolgens vanaf maart 2017 iedere maand een bedrag van € 160,-- totdat de huurpenningen door de heer [betrokkene] worden overgemaakt naar de vrouw;
- te bepalen dat partijen op grond van het bepaalde in art. 8 van Pro de tussen hen gesloten vaststellingsovereenkomst, het sinds 14 november 2008 overgespaarde inkomen en de belegging daarvan en de eenvoudige gemeenschap met elkaar dienen te verrekenen en voorts dat zij dienen te verrekenen de meer- en minderwaarde van de woning en voorts met inachtneming van hetgeen in de punten 7 tot en met 13 van het beroepschrift is aangevoerd;
- de man te veroordelen tot het betalen van een bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw van ten minste € 2.750,-- per maand, met ingang van de datum waarop de onroerende zaak te [plaats] aan de [adres] verkocht wordt aan een derde.
- te bepalen dat partijen dienen te verrekenen de meer- en minderwaarde van de woning aan de [adres] te [plaats] , met dien verstande dat aan ieder der partijen toekomt de helft van de vrije verkoopwaarde in onbewoonde staat nadat hierop in mindering is gebracht de daarop rustende hypothecaire geldlening bij de BLG Bank ter grootte van € 102.000,--, af te rekenen per datum van notarieel transport van de woning;
- te bepalen dan wel te verklaren voor recht dat het vermogen van de vrouw per peildatum wordt vermoed te behoren tot het te verrekenen vermogen, en voorts het te verrekenen vermogen van de vrouw vast te stellen en de vrouw te veroordelen om binnen veertien dagen na afgifte van de in deze te wijzen beschikking (met inachtneming van het bepaalde in art. 1:137 lid 2 BW Pro) tot betaling van de verrekenvordering aan de man over te gaan;
- met inachtneming van het gestelde onder punt 28 tot en met 34 van het verweerschrift, het te verrekenen vermogen van de man per peildatum vast te stellen, en de man te veroordelen om binnen veertien dagen na afgifte van de in deze te wijzen beschikking (met inachtneming van het bepaalde in art. 1:137 lid 2 BW Pro) tot betaling van de verrekenvordering van de vrouw over te gaan;
- te bepalen dat tussen partijen als vennoten van de per 21 juli 2016 beëindigde VOF [de VOF] de afspraken zoals neergelegd in de ‘akte vennootschap onder firma [nummer] , welke als productie 6 bij de processtukken eerste aanleg is overgelegd, van toepassing zijn, en voorts te bepalen dat partijen conform het bepaalde in de artikelen 11 en 13 van deze akte vennootschap onder firma tot vaststelling van het aan de man door de vrouw uit te betalen bedrag dienen over te gaan, alsmede de vrouw te veroordelen om binnen veertien dagen na vaststelling van dit bedrag doch uiterlijk binnen drie maanden na afgifte van de in deze te wijzen beschikking, tot betaling van dit bedrag aan de man over te gaan.
- te bepalen dat partijen op grond van het bepaalde in de tussen hen gesloten notariële akte van huwelijkse voorwaarden en op grond van de tussen hen gesloten vaststellingsovereenkomst d.d. 14 november 2008 met elkaar dienen te verdelen en verrekenen overeenkomstig het door de vrouw gestelde onder punt 5 tot en met 12, met dien verstande dat de man wordt veroordeeld te betalen twee weken na de in deze te geven beschikking de onder punt 5 tot en met 12 genoemde bedragen en voor wat betreft punt 5 te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 10 maart 2017 tot aan de dag der algehele voldoening en indien de man in gebreke blijkt aan de veroordelingen binnen twee weken na de in deze te geven beschikking te voldoen, de man de wettelijke rente verschuldigd wordt tot aan de dag der algehele voldoening;
- de man te veroordelen tot het betalen van een bijdrage in haar levensonderhoud van ten minste € 3.108,-- per maand met ingang van 10 september 2017 of enige bijdrage met enige ingangsdatum die het hof juist acht.
- de vrouw, bijgestaan door mr. R.H. Ebbeng;
- de man, bijgestaan door mr. S.M.P.T. Ruijs-Kreté.
- de brief met bijlagen van de advocaat van de vrouw d.d. 8 maart 2018;
- de brief met bijlagen van de advocaat van de man d.d. 8 maart 2018;
- het V8-formulier met bijlage van de advocaat van de man d.d. 5 april 2018;
- de brief met bijlage van de advocaat van de vrouw d.d. 25 mei 2018;
- de brief van de advocaat van de man d.d. 28 mei 2018.
3.De beoordeling
- bepaald dat de man tegenover de vrouw het recht heeft om in de woning aan het adres [adres] , [postcode] [plaats] te blijven wonen en de tot de inboedel daarvan behorende zaken te blijven gebruiken tot zes maanden na de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand, als hij de woning ten tijde van die inschrijving bewoont;
- bepaald dat partijen op grond van het bepaalde in art. 8 van Pro de huwelijkse voorwaarden en op grond van de tussen hen op 14 november 2008 gesloten vaststellingsovereenkomst, het sinds 14 november 2008 overgespaarde inkomen en de belegging daarvan met elkaar dienen te verrekenen en voorts dat zij dienen te verrekenen de meer- en minderwaarde van de woning, conform de aangehechte en door de griffier gewaarmerkte vermogensverdelings- en verrekeningsstaat met inachtneming van hetgeen in de punten 12 tot en met 19 van het aangehechte en door de griffier gewaarmerkte verzoekschrift is aangevoerd;
- partijen bevolen over te gaan tot verdeling van hun eenvoudige gemeenschap ten overstaan van een notaris;
- het meer of anders verzochte afgewezen.
- de woning aan de [adres] te [plaats] (hierna: de woning);
- afwikkeling vaststellingsovereenkomst;
- afwikkeling van de V.O.F. [de VOF] ;
- te verrekenen vermogensbestanddelen;
- verrekenposten;
- de partneralimentatie.
volledigte zijn verrekend. De vrouw heeft in het licht van de overeenkomst niet onderbouwd dat partijen hebben bedoeld de lijfrenteverzekering van deze volledige verrekening uit te sluiten.
Volvo V50