Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellante] ,wonende te [woonplaats] ,
1.[Beheer] Beheer B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[Vastgoed II] Vastgoed II B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
Land Equity B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 5 december 2017;
- een H3-formulier ingekomen ter griffie op 2 mei 2018, waarbij namens [appellanten c.s.] een akte houdende overlegging stukken aan het hof is toegezonden (1. bewijsstukken TV-signaal en 2. stukken met betrekking tot de onderhoudstoestand van het park, onder meer vastgelegd op DVD en USB-stick);
- een H16-formulier ingekomen ter griffie op 7 mei 2018, waarbij namens [Beheer] het procesdossier in eerste aanleg en in hoger beroep (nogmaals) aan het hof is toegezonden;
- een H11-formulier ingekomen ter griffie op 9 mei 2018, waarbij namens [appellanten c.s.] het procesdossier in eerste aanleg en in hoger beroep (nogmaals) aan het hof is toegezonden;
- een H12-formulier ingekomen ter griffie op 9 mei 2018, waarbij namens [appellanten c.s.] één productie (uitspraak 9 september 2015 rechtbank Oost-Brabant zaak [zaak] ) aan het hof is toegezonden;
- de op 29 mei 2018 gehouden meervoudige comparitie waarbij de hiervoor bij H-formulieren toegezonden stukken in het geding zijn gebracht. Op deze zitting hebben partijen met elkaar en met het hof uitvoerig gesproken over (pogingen om te komen tot) een minnelijke regeling dan wel afspraken om een mediation-traject in te gaan. Partijen zijn het niet eens geworden. Het hof heeft gelet op de inhoud van het verhandelde ter zitting geen proces-verbaal daarvan opgemaakt.