Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant 1] ,wonende te [woonplaats] , Duitsland,
[appellant 2] ,wonende te [woonplaats] , Duitsland,
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 3 mei 2016 waarbij het hof een comparitie na aanbrengen heeft gelast;
- het proces-verbaal van die comparitie van 14 juni 2016, waarbij de zaak aanvankelijk is verwezen naar de rolzitting van 13 december 2016 voor mediation;
- de memorie van grieven, tevens houdende vermeerdering van eis met producties;
- de memorie van antwoord met producties.
6.De beoordeling
€ 225,80 per maand over de periode van 22 april 2018 tot en met 21 april 2019;