Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende diende een aanvraag in voor de herbouw van zijn woning waarvoor een aanslag leges werd opgelegd. Deze aanslag werd gehandhaafd door de Heffingsambtenaar en ook de Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
Het geschil betrof de vraag of de legessanctie van artikel 3.1, lid 4, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) van toepassing was, die bepaalt dat indien binnen tien jaar geen nieuw bestemmingsplan is vastgesteld, de bevoegdheid tot het invorderen van leges vervalt. Het Hof oordeelde dat de gemeenteraad op 15 december 2011 het bestemmingsplan Buitengebied 2011 tijdig heeft vastgesteld, ondanks latere vernietigingen door de Raad van State en aanwijzingen van Gedeputeerde Staten.
De rechtbank en het Hof stelden dat het vaststellingsmoment bepalend is voor de sanctie en dat latere vernietigingen het feit van vaststelling niet ongedaan maken. Hierdoor is de legessanctie niet van toepassing en is de aanslag leges terecht opgelegd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag leges wordt bevestigd.