Partijen sloten een transportovereenkomst waarbij de afnemer de energieleverancier betaalde via automatische incasso met storneringsmogelijkheid. Door nieuwe Europese SEPA-regelgeving werden bestaande incassomachtigingen ongeldig, waardoor de leverancier een ander incassomodel moest toepassen. De afnemer weigerde een nieuwe machtiging te verstrekken.
De leverancier vorderde buitengerechtelijke incassokosten wegens niet tijdige betaling, terwijl de afnemer nakoming van de oorspronkelijke betaalafspraak eiste. De kantonrechter wees de incassokosten af en verwees de nakomingsvordering naar een andere kamer. De rechtbank veroordeelde de leverancier tot nakoming van de oude betaalwijze.
Het hof vernietigde beide vonnissen. Het oordeelde dat de wijziging van de betaalwijze gerechtvaardigd was door onvoorziene omstandigheden (Europese regelgeving) en dat de afnemer ongewijzigde instandhouding niet mocht verwachten. Er was geen schuldeisersverzuim. De leverancier kreeg alsnog de incassokosten toegewezen en de vordering tot nakoming van de oude betaalwijze werd afgewezen.
De afnemer werd veroordeeld tot betaling van incassokosten en wettelijke rente, en in de proceskosten van beide instanties. Dit arrest bevestigt dat onvoorziene regelgeving eenzijdige contractwijzigingen kan rechtvaardigen onder redelijkheid en billijkheid.