Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 5246810/ 16-6188)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- het exploot van anticipatie van [management] ;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord met producties;
- het pleidooi en de ter gelegenheid daarvan overgelegde pleitnotities.
3.De beoordeling
d.d. Februari 2014 is bij de bespreking van de concept jaarrekening 2013 afgesproken dat het verliessaldo 2013 groot € 19.254,- (..) door beide aandeelhouders zal worden gedeeld c.q. betaald. (..)
U en de heer [mede-exploitant] zijn uiteindelijk in het bijzijn van de accountant van [management] , de heer [administrateur van management] , overeengekomen dat het verlies van [management] over het jaar 2013 en over het eerste kwartaal van 2014 tussen u beiden werd verdeeld. Uiteindelijk zou de heer [mede-exploitant] uw aandelen overnemen (..) en zou u 50% van het verlies van [management] voor uw rekening nemen. (..)”
Het geschil dat partijen verdeeld houdt, betreft de afwikkeling van de uittreding van [appellant] als aandeelhouder en bestuurder van [management] . (..) [mede-exploitant] en [appellant] zijn overeengekomen dat [appellant] de helft van het verlies in [management] aan [management] zou betalen. [appellant] ontkent dat deze mondelinge overeenkomst is gesloten.”
Nu [management] niet aan haar stelplicht heeft voldaan, komt het hof ook niet toe aan de door [management] gedane, niet terzake dienende, bewijsaanbiedingen.
als onverschuldigd betaald aan hem door [management] zal moeten worden teruggestort.