Belanghebbende ontving voor de jaren 2010 en 2011 informatiebeschikkingen van de Inspecteur op grond van artikel 52a AWR, omdat hij niet voldeed aan zijn informatieplicht over buitenlandse bankrekeningen bij Van Lanschot Luxemburg. De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en gaf hem de mogelijkheid alsnog de gevraagde informatie te verstrekken.
Na het instellen van hoger beroep heeft belanghebbende de informatie alsnog verstrekt. Het Hof verwijst naar een recent arrest van de Hoge Raad (10 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:130) waarin is bepaald dat het alsnog verstrekken van informatie niet leidt tot vernietiging van de informatiebeschikking. De informatiebeschikking blijft onherroepelijk, maar de omkering van de bewijslast blijft buiten toepassing als binnen de gestelde termijn alsnog wordt voldaan aan het verzoek.
Het Hof concludeert dat de informatiebeschikkingen terecht zijn afgegeven en bevestigt de uitspraak van de Rechtbank. Er is geen recht op proceskostenvergoeding voor belanghebbende en het betaalde griffierecht wordt niet vergoed. De uitspraak is gedaan door het Hof 's-Hertogenbosch op 10 maart 2017.