In deze zaak stond de vraag centraal of het gezag van de moeder over de minderjarige moest worden beëindigd. Eerder had het hof de moeder geschorst in het gezag en de GI met de voorlopige voogdij belast. Na een aanvullend onderzoek door de raad en een mondelinge behandeling op 26 januari 2017, bleek dat de minderjarige sociaal-emotionele problemen vertoont en klem zit tussen de moeder en pleegmoeder.
Het raadsrapport concludeerde dat de moeder en pleegmoeder weliswaar pogingen doen tot betere communicatie, maar dat dit proces traag en kwetsbaar verloopt. De minderjarige is veilig gehecht aan de pleegmoeder en haar ontwikkeling wordt bedreigd door de gespannen verhoudingen en loyaliteitsconflicten. Terugplaatsing bij de moeder zou deze problemen verergeren.
De moeder stelde dat het beter ging met de minderjarige en dat zij haar gezag niet misbruikt had, maar het hof achtte het belang van de minderjarige bij rust en stabiliteit zwaarder. Het hof besloot daarom het gezag van de moeder te beëindigen en de GI tot voogd te benoemen, waarmee duidelijkheid en een stabiele opvoedingssituatie voor de minderjarige wordt gewaarborgd.