Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- primair:de vrouw niet-ontvankelijk te verklaren in haar echtscheidingsverzoek en de daaraan verbonden nevenvoorzieningen wegens het ontbreken van een gezamenlijk ouderschapsplan;
- subsidiair:het verzoek tot echtscheiding af te wijzen bij gebreke aan voldoende gebleken duurzame ontwrichting en dus wegens het ontbreken van een juridische grondslag;
- meer subsidiair:
- de man, bijgestaan door mr. Aarts;
- de vrouw, bijgestaan door mr. Van Ooijen;
- de GI, vertegenwoordigd door mevrouw [vertegenwoordiger van de stichting] ;
- de raad, vertegenwoordigd door mevrouw [vertegenwoordiger van de raad] .
- het rapport van de raad van 28 juni 2016, dat als productie 1 door de advocaat van de vrouw is overgelegd;
- het V6-formulier met bijlage ingediend door de advocaat van de vrouw op 16 januari 2017.
3.De beoordeling
- het hoofdverblijf van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voorlopig bij de vrouw bepaald;
- een voorlopige regeling vastgesteld inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, zoals in die beschikking is weergegeven;
- de raad verzocht onderzoek te doen naar – samengevat – de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en naar de mogelijkheden van een zorgregeling met de ouder waar de kinderen niet verblijven;
- de man veroordeeld tot het verlenen van zijn onvoorwaardelijke medewerking aan het feitelijk verkooptraject van de voormalige echtelijke woning aan de [adres] te [plaats] , zoals nader gespecificeerd in het dictum onder 3.6. van die beschikking.