Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
€ 6.585
€ 6.585
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende, die samen met zijn echtgenote een administratie- en belastingadvieskantoor drijft, maakte bezwaar tegen de correctie van verkoopkosten door de Inspecteur over het jaar 2004. De verkoopkosten betroffen voornamelijk etentjes bij cliënten, waarvan belanghebbende de zakelijkheid niet voldoende kon onderbouwen.
Na een boekenonderzoek stelde de Inspecteur dat een groot deel van de uitgaven privé-uitgaven betrof en beperkte hij de aftrek tot 25% van het aanvankelijke bedrag. Belanghebbende stelde dat hij regelmatig zakelijke gesprekken voerde tijdens deze etentjes, maar kon dit niet met gegevens of specificaties onderbouwen.
Het hof oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de verkoopkosten in de opgegeven omvang zakelijk waren. Ook een beroep op een hogere aftrek van 90% op grond van artikel 3.15, vijfde lid, Wet IB 2001 werd verworpen omdat dit verzoek niet tijdig was gedaan en onvoldoende was onderbouwd.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hof bevestigt de correctie van de verkoopkosten door de Inspecteur wegens onvoldoende aannemelijkheid van het zakelijke karakter.