ECLI:NL:GHSHE:2017:5775

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
19 december 2017
Publicatiedatum
19 december 2017
Zaaknummer
200.206.318_01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:754 BW
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geschil over tekortkoming aannemer bij sloopwerkzaamheden en waarschuwingsplicht

In deze civiele procedure staat de vraag centraal of de aannemer tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen bij de uitvoering van sloopwerkzaamheden en of daarbij de waarschuwingsplicht uit artikel 7:754 BW Pro is geschonden.

De zaak betreft een hoger beroep tegen vonnissen van de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant. Appellanten, bestaande uit een V.O.F. en twee natuurlijke personen, voeren het hoger beroep tegen de geïntimeerde, een vennootschap die als eiseres in conventie en verweerster in reconventie optrad in eerste aanleg.

Het hof heeft het verzoek om een datum voor pleidooi gehonoreerd en een zitting gepland op 10 april 2018. Tevens is bepaald dat de advocaat van appellanten binnen twee weken na het arrest een kopie van het volledige procesdossier in viervoud zal indienen. Iedere verdere beslissing is aangehouden, zodat het geschil inhoudelijk nog niet door het hof is beoordeeld.

Het arrest is gewezen door de rolraadsheren Hulskes, Beurskens en Molin en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2017.

Uitkomst: Het hof heeft de zaak aangehouden en een datum voor pleidooi vastgesteld zonder inhoudelijke beslissing.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht
zaaknummer 200.206.318/01
arrest van 19 december 2017
in de zaak van

1.V.O.F. [V.O.F.] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2.
[appellant 2] ,wonende te [woonplaats] ,
3.
[appellant 3] ,wonende te [woonplaats] ,
appellanten,
advocaat: mr. B. Anik te Arnhem,
tegen
[de vennootschap] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. J. de Roo te Oosterhout,
op het bij exploot van dagvaarding van 14 december 2016 ingeleide hoger beroep van de vonnissen van de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats
's-Hertogenbosch van 4 februari 2016 en 22 september 2016, gewezen tussen appellanten als gedaagden in conventie, eisers in reconventie en geïntimeerde als eiseres in conventie, verweerster in reconventie.

1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 4292344/15-6075)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen.

2.Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding in hoger beroep;
  • de memorie van grieven met productie;
  • de memorie van antwoord.
Appellanten hebben pleidooi gevraagd.

3.De beoordeling

Het hof zal het verzoek om een datum voor pleidooi te bepalen honoreren. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

4.De uitspraak

Het hof:
bepaalt dat partijen gelegenheid wordt geboden voor pleidooi;
bepaalt dat daartoe zitting zal worden gehouden op
10 april 2018 om 15.00 uurin het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te ’s-Hertogenbosch;
bepaalt dat de advocaat van appellanten
binnen twee wekenna de datum van dit arrest een kopie van het volledige procesdossier
in viervoudzal indienen bij het hof;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. D.A.E.M. Hulskes, W.J.J. Beurskens en S.C.H. Molin en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 19 december 2017.
griffier rolraadsheer