Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
- verklaart de hoger beroepen met de kenmerken 15/01201 en 15/01202 gegrond;
- verklaart de hoger beroepen met de kenmerken 15/01203 en 15/01204 ongegrond;
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, voor zover deze uitspraak betreft de over het tijdvak 1 januari 2009 tot en met 31 december 2010 aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslagen en gegeven boetebeschikkingen en beschikkingen inzake heffingsrente;
- verklaart het tegen de uitspraken van de Inspecteur bij de Rechtbank ingestelde beroep met de nummers AWB 14/5918 en 14/5919 gegrond;
- vernietigt de uitspraken van de Inspecteur, voor zover deze uitspraken betreffen de over het tijdvak 1 januari 2009 tot en met 31 december 2010 aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslagen en gegeven boetebeschikkingen en beschikkingen inzake heffingsrente;
- verklaart het bezwaar van belanghebbende tegen de over het tijdvak 1 januari 2009 tot en met 31 december 2010 aan haar opgelegde naheffingsaanslagen en gegeven boetebeschikkingen en beschikkingen inzake heffingsrente ontvankelijk;
- wijst het geding ter zake van de over het tijdvak 1 januari 2009 tot en met 31 december 2010 aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslagen en gegeven boetebeschikkingen en beschikkingen inzake heffingsrente terug naar de Inspecteur ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van deze uitspraak;
- gelast dat de Inspecteur aan belanghebbende het door haar ter zake van de behandeling van het beroep bij de Rechtbank en het hoger beroep bij het Hof betaalde griffierecht ten bedrage van, in totaal, € 825 vergoedt; en
- veroordeelt de Inspecteur in de kosten van het geding bij de Rechtbank en het Hof aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op, in totaal, € 1.980.