ECLI:NL:GHSHE:2017:5356

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
5 december 2017
Publicatiedatum
5 december 2017
Zaaknummer
200.202.295_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:661 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep inzake vordering ex art. 7:661 BW tussen Global Fresh Trade en geïntimeerde

In deze zaak is Global Fresh Trade International B.V. in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de kantonrechter Zeeland-West-Brabant inzake een vordering op grond van artikel 7:661 BW Pro, dat betrekking heeft op de beëindiging van een arbeidsovereenkomst.

De procedure in hoger beroep omvatte een dagvaarding, memorie van grieven en memorie van antwoord met producties. Het gerechtshof heeft besloten om partijen gelegenheid te geven tot pleidooi en heeft een zittingsdatum vastgesteld op 13 april 2018.

Het hof heeft iedere verdere beslissing aangehouden en het arrest is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer namens het hof. De zaak betreft een arbeidsrechtelijk geschil met betrekking tot de beëindiging van een arbeidsovereenkomst en de daarbij behorende vordering.

De uitspraak bevat geen inhoudelijke beoordeling van de geschilpunten, maar regelt de verdere procedurele voortgang van het hoger beroep.

Uitkomst: Het gerechtshof heeft de behandeling aangehouden en een datum voor pleidooi vastgesteld.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht
zaaknummer 200.202.295/01
arrest van 5 december 2017
in de zaak van
Global Fresh Trade International B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellante,
advocaat: mr. D.G. Veldhuizen te Amsterdam,
tegen
[geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. C.C. Buijsman-Kip te Haarlem,
op het bij exploot van dagvaarding van 10 oktober 2016 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg van 27 juli 2016, gewezen tussen appellante als eiseres en geïntimeerde als gedaagde.

1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 4892180/16-1574)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2.Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding in hoger beroep;
  • de memorie van grieven met producties;
  • de memorie van antwoord met producties.
Appellante heeft pleidooi gevraagd.

3.De beoordeling

Het hof zal het verzoek om een datum voor pleidooi te bepalen honoreren. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

4.De uitspraak

Het hof:
bepaalt dat partijen gelegenheid wordt geboden voor pleidooi;
bepaalt dat daartoe zitting zal worden gehouden op
13 april 2018 om 9.00 uurin het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te ’s-Hertogenbosch;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.G.W.M. Stienissen, P.P.M. Rousseau en H.AE. Uniken Venema en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 5 december 2017.
griffier rolraadsheer