ECLI:NL:GHSHE:2017:5318

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
5 december 2017
Publicatiedatum
5 december 2017
Zaaknummer
200.192.010_01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geschil over samenwerking en aannemingsovereenkomst containerontlaadsysteem

In deze civiele procedure staat een geschil centraal tussen twee vennootschappen over een samenwerkingsovereenkomst en aannemingsovereenkomst betreffende de ontwikkeling en productie van een containerontlaadsysteem.

De kern van het geschil betreft de vraag of sprake is van fatale termijnen, de mogelijkheid tot buitengerechtelijke ontbinding, verzuim en opschorting door partijen, alsmede de onderbouwing en specificatie van een redelijke prijs. Daarnaast spelen juridische aspecten als onverschuldigde betaling en ongerechtvaardigde verrijking een rol. Tevens zijn er twee verschillende sets algemene voorwaarden van toepassing.

Het hof heeft het verzoek om een datum voor pleidooi bepaald en de verdere beslissing aangehouden. De zaak betreft een hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Het hof heeft partijen gelegenheid gegeven om hun standpunten mondeling toe te lichten op 5 april 2018. De uitspraak is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het hof heeft de beslissing aangehouden en een datum voor pleidooi vastgesteld.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht
zaaknummer 200.192.010/01
arrest van 5 december 2017
in de zaak van
[de vennootschap 1],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellante in principaal hoger beroep,
geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. M.B.A. Alkema te Breda,
tegen
[de vennootschap 2] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde in principaal hoger beroep,
appellante in incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. A.P.E. de Brouwer te Roosendaal,
op het bij exploot van dagvaarding van 26 april 2016 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg van 27 januari 2016, gewezen tussen appellante in principaal hoger beroep als eiseres in conventie, verweerster in reconventie en geïntimeerde in principaal hoger beroep als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie.

1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/263876/HAZA 13/345)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2.Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding in hoger beroep;
  • de memorie van grieven, tevens houdende akte vermeerdering van eis met één productie;
  • de memorie van antwoord in het principaal hoger beroep tevens memorie van grieven in het incidenteel hoger beroep met producties;
  • memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep.
Appellante in principaal hoger beroep heeft pleidooi gevraagd.

3.De beoordeling

Het hof zal het verzoek om een datum voor pleidooi te bepalen honoreren. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

4.De uitspraak

Het hof:
bepaalt dat partijen gelegenheid wordt geboden voor pleidooi;
bepaalt dat daartoe zitting zal worden gehouden op
5 april 2018 om 13:00 uurin het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te ’s-Hertogenbosch;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. W.J.J. Beurskens, M.A. Wabeke en A.J. Henzen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 5 december 2017.
griffier rolraadsheer