ECLI:NL:GHSHE:2017:5241
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing omgangsverzoek vader met kwetsbaar kind wegens psychische schade
In deze civiele zaak staat het verzoek van de vader centraal om een omgangsregeling met zijn dochter, een kwetsbaar meisje onder toezicht van een gecertificeerde instelling, vast te stellen. De moeder, die de zorg draagt, is bezorgd over de impact van omgang op het kind en voert aan dat het meisje nog niet voldoende draagkracht heeft om de vader te leren kennen.
Het hof heeft diverse rapportages en verklaringen van betrokken partijen, waaronder de moeder, vader, bijzondere curator, raad voor de kinderbescherming en de gecertificeerde instelling, bestudeerd. Uit deze stukken blijkt dat het kind kampt met een taalachterstand en andere problematiek, en dat omgang met de vader op dit moment een 'mijnenveld' vormt dat traumatisch kan zijn.
Hoewel het hof erkent dat omgang met de niet-verzorgende ouder in principe belangrijk is voor de identiteitsontwikkeling, concludeert het dat afdwingen van omgang nu ernstige psychische schade voor het kind kan veroorzaken. Het eerdere traject bij het omgangshuis is gestrand door gebrek aan samenwerking van de moeder.
Het hof wijst daarom zowel het primaire verzoek tot onbegeleide omgang als het subsidiaire verzoek tot een nieuwe opdracht aan het omgangshuis af. De belangen van het kind wegen zwaarder dan het recht op omgang in deze omstandigheden.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vader tot omgang met zijn dochter af wegens het risico op ernstige psychische schade voor het kind.