Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met het procesdossier van de eerste aanleg, ingekomen ter griffie op 11 augustus 2017.
- het verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 6 oktober 2017;
- een brief van [appellant] met het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 13 april 2017, ingekomen ter griffie op 18 oktober 2017;
- [direct leidinggevende] , [HR-directeur] en [HR-adviseur] zijdens [de vennootschap 1] , bijgestaan door mr. Kaldenbach;
- de ter zitting door partijen voorgedragen en overgelegde stukken pleitnota’s.
3.De beoordeling
alle punten te bespreken en de lucht volledig te klaren”. [de vennootschap 1] verzoekt [appellant] uiterlijk maandag om 17.00 uur te laten weten of hij een mediator bij het gesprek wil.
- als er als gevolg van laakbaar gedrag van de werkgever een verstoorde arbeidsrelatie is ontstaan (bijvoorbeeld als gevolg van het niet willen ingaan op avances zijnerzijds) en de rechter concludeert dat er geen andere optie is dan ontslag;
- als een werkgever discrimineert, de werknemer hiertegen bezwaar maakt, er een onwerkbare situatie ontstaat en niets anders rest dan ontslag;
- als een werkgever grovelijk de verplichtingen niet nakomt die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst en er als gevolg daarvan een verstoorde arbeidsverhouding ontstaat. Te denken is hierbij aan de situatie waarin de werkgever zijn re-integratieverplichtingen bij ziekte ernstig heeft veronachtzaamd;
- de situatie waarin de werkgever een valse grond voor ontslag aanvoert met als enig oogmerk een onwerkbare situatie te creëren en ontslag langs die weg te realiseren;
- de situatie waarin een werknemer arbeidsongeschikt is geworden (en uiteindelijk wordt ontslagen) als gevolg van verwijtbaar onvoldoende zorg van de werkgever voor de arbeidsomstandigheden.
aangevraagd, hetgeen hij niet heeft gedaan.