Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellante] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellant] ,wonende te [woonplaats] ,
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
5.Het verloop van de procedure
- de memorie van grieven met twee producties (genummerd 7 en 8), tevens inhoudende een wijziging van de eis in reconventie;
- de memorie van antwoord met een productie (nr. 22);
- het schriftelijk pleidooi, in verband waarmee beide partijen pleitnotities hebben overgelegd.
6.De beoordeling
- A. een hoofdsom van € 83.740,-- (€ 81.373,-- ter zake huurachterstand tot maart 2015 en € 2.417,-- ter zake huur over de maand maart 2015);
- B. primair een contractuele boete van € 10.500,-- (€ 10.200,-- aan boete over de huurachterstand tot en met februari 2015 en € 300,-- aan boete ter zake de huur over de maand maart 2015), subsidiair de wettelijke handelsrente over de huurachterstand vanaf de vervaldata van de huurtermijnen, meer subsidiair de wettelijke rente over de huurachterstand vanaf de vervaldata van de huurtermijnen;
- C. € 2.686,66 (inclusief btw), althans € 1.922,36 (inclusief btw), althans € 1.815,-- (inclusief btw) aan buitengerechtelijke incassokosten;
- 1. een verklaring voor recht dat de bepaling in de huurovereenkomst dat het casco door [geïntimeerden c.s.] is geplaatst en de verbeteringen door [geïntimeerden c.s.] zijn aangebracht buiten werking wordt gesteld, althans een verklaring voor recht dat het casco door [appellanten c.s.] is gebouwd en dat de verbeteringen door [appellanten c.s.] zijn aangebracht;
- 2. vernietiging van de bepaling in de huurovereenkomst dat [appellanten c.s.] afstand doen van een vergoeding voor de door hen aangebrachte verbeteringen c.q. verrichte verbouwing;
- 3. veroordeling van [geïntimeerden c.s.] om aan [appellanten c.s.] ter zake de door hen in het gehuurde uitgevoerde verbouwing te betalen primair een bedrag gelijk aan het bedrag dat in conventie wordt gevorderd, subsidiair een bedrag van € 73.000,--, meer subsidiair een bedrag van € 100.000,--, telkens te vermeerderen met wettelijke rente;
- 4. veroordeling van [geïntimeerden c.s.] tot betaling van € 10.000,-- vermeerderd met wettelijke rente ter zake in het gehuurde achtergelaten zaken (hof: het in de conclusie van repliek in reconventie sub 84 en in het petitum van die conclusie genoemde bedrag van € 73.086,72, dat is overgenomen in rov. 2.4 van het bestreden vonnis, berust op een kennelijke verschrijving, zo blijkt uit de conclusie van repliek in reconventie sub 77, uit rov. 3.18 van het bestreden vonnis en uit de toelichting op grief 7A);
- 5. veroordeling van [geïntimeerden c.s.] tot betaling van schadevergoeding op te maken bij staat in verband met omzetderving die [appellanten c.s.] hebben geleden doordat op 28 november 2013 in de door [geïntimeerden c.s.] aan een derde verhuurde bovenwoning boven het gehuurde een hennepplantage is ontmanteld (hof: deze vordering is genoemd in de conclusie van repliek sub 62 tot en met 66 en kennelijk abusievelijk niet vermeld in het petitum van die conclusie; de kantonrechter heeft de vordering wel behandeld in rov. 3.17 van het bestreden vonnis en uit grief 8 en het petitum van de memorie van grieven blijkt dat [appellanten c.s.] de vordering ook in hoger beroep willen handhaven);
- € 83.740,-- ter zake huurachterstand;
- € 10.500,-- ter zake contractuele boete;
- € 2.686,66 (inclusief btw) ter zake buitengerechtelijke kosten;
- € 1.770,54 ter zake de proceskosten van het geding in conventie.
- A. € 73.000,-- ter zake kosten van verbouwing van de onroerende zaak, te vermeerderen met wettelijke (handels)rente;
- B. € 10.000,-- ter zake in het gehuurde achtergelaten zaken;
- C. schadevergoeding op te maken bij staat in verband met omzetderving die [appellanten c.s.] hebben geleden doordat op 28 november 2013 in de door [geïntimeerden c.s.] aan een derde verhuurde bovenwoning boven het gehuurde een hennepplantage is ontmanteld;
- het in conventie bepalen van de vordering van [geïntimeerden c.s.] ter zake de huurachterstand op een bedrag van € 75.817,--, met afwijzing van het in conventie meer of anders gevorderde;
- het toewijzen van de in hoger beroep gewijzigde eis in reconventie;
- de bepaling in de optieovereenkomst van 2008 over de kosten van de verbouwing en
- de bepaling in de huurovereenkomst over de door of vanwege de verhuurder aangebrachte voorzieningen en
- de in de huurovereenkomst opgenomen schone-lei-bepaling
- dat [geïntimeerden c.s.] [appellanten c.s.] zouden compenseren voor de door hen ten behoeve van de verbouwing gemaakte kosten, en wel zodanig dat indien het niet tot een koop van de onroerende zaak zou komen, [geïntimeerden c.s.] de door [appellanten c.s.] gemaakte kosten van de verbouwing aan hen zouden vergoeden;
- dat [geïntimeerden c.s.] gelet op die afspraak geen beroep zouden doen op de in rov. 6.6.3 van dit arrest opgesomde bepalingen.
7.De uitspraak
- I. te bewijzen dat tussen partijen overeengekomen is dat [geïntimeerden c.s.] [appellanten c.s.] zouden compenseren voor de door hen ten behoeve van de verbouwing gemaakte kosten, en wel zodanig dat indien het niet tot een koop van de onroerende zaak door [appellanten c.s.] zou komen, [geïntimeerden c.s.] de door [appellanten c.s.] gemaakte kosten van de verbouwing aan hen zouden vergoeden;
- II. te bewijzen dat tussen partijen is overeengekomen dat [geïntimeerden c.s.] gelet op de zojuist onder I genoemde afspraak geen beroep zou doen op de in rov. 6.6.3 van dit arrest opgesomde bepalingen;
- III. tegenbewijs te leveren tegen de voorshands bewezen geachte stelling van [geïntimeerden c.s.] dat de algemene voorwaarden voor of uiterlijk bij het sluiten van de huurovereenkomst van 3 mei 2010 aan [appellanten c.s.] ter hand zijn gesteld;
- IV. te bewijzen dat zij in 2012 met [geïntimeerden c.s.] hebben afgesproken dat de huurprijs vanaf september 2012 € 2.000,-- per maand zou blijven;
- V. te bewijzen dat zij met [geïntimeerden c.s.] zijn overeengekomen dat [geïntimeerden c.s.] hen voor de in de winkelruimte achter te laten de luchtverwarming, vloerbedekking en systeemplafond een redelijke vergoeding zouden betalen;