Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
arrest van 29 augustus 2017
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/272380 HA ZA 13/856)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- het exploot van anticipatie van 22 oktober 2015;
- de memorie van grieven, tevens houdende wijziging van eis, met producties;
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep, met producties;
- de memorie van antwoord in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep.
3.De beoordeling
in principaal en incidenteel hoger beroep
“(…)Aandelenverkoop [Beheer B.V. 1] Beheer B.V.[Beheer B.V. 1] Beheer B.V., hierna te noemen [Beheer B.V. 1] is 100% eigendom van verkopers [betrokkene 1 en betrokkene 2] , hierna te noemen [betrokkene 1 en betrokkene 2] . Kopers zijn [betrokkene 3 en betrokkene 4] , hierna te noemen [betrokkene 3 en betrokkene 4] .
“(…) Uiterlijk 29 februari 2012 zal 15% van de aandelen van [Beheer B.V. 2] B.V., in het bezit zijnde van [geïntimeerde] , aan [appellante] worden verkocht en notarieel worden overgedragen. De koopprijs van deze 15% aandelen wordt overeengekomen op een bedrag van € 160.000. De betaling van de koopprijs is als volgt overeengekomen:• [appellante] zal op de datum van notariële overdracht een eerste betaling van de koopsom van € 10.000 voldoen;• [appellante] zal zijn ontvangen jaarlijkse fee boven een bedrag van € 125.000 aanwenden ter betaling van de aflossing van de resterende koopsom van € 150.000. De jaarlijkse aflossing zal worden voldaan uiterlijk 14 dagen na beëindiging van het kalenderjaar, voor de eerste maal voor of op 14 januari 2013.• Over de verschuldigde koopsom is geen rente verschuldigd;• Ter zekerheid voor aflossing van de koopsom zal stil pandrecht worden verleend aan [geïntimeerde] door [appellante] op een recht evenredig percentage van de aandelen (€ 10.667 verplichting is 1% van de aandelen van [Beheer B.V. 2] B.V.) van [Beheer B.V. 2] B.V. voor de uitstaande betalingsverplichting.Vorenstaande zal worden vastgelegd in een koop- en leningsovereenkomst (...)”
vorderde in reconventie, kort samengevat, de veroordeling van [appellante] tot het verlenen van medewerking aan de levering van de aandelen die [appellante] hield in [Beheer B.V. 2] B.V. aan haar, [geïntimeerde] , en bepaling dat bij gebreke daarvan het vonnis in de plaats zou treden van de notariële akte tot levering van de aandelen. Verder vorderde [geïntimeerde] de veroordeling van [appellante] tot terugbetaling van de managementfees en tot vergoeding van de schade, als gevolg van gesteld nalatig c.q. kwaadwillig adviseurschap, nader op te maken bij staat, met veroordeling van [appellante] in de proceskosten en de nakosten.
‘wij gaan akkoord met bijgevoegde offerte en zullen alle spullen verzamelen en jullie doen toekomen.’(prod. 7 dagv. bodemprocedure III). Als productie 8 bij voormelde dagvaarding is voorts van een email van 4 april 2012 overgelegd waarin [betrokkene 3] aan [betrokkene 1] vraagt:
‘ [betrokkene 1] , Waar zijn alle oprichtings- en andere akten van (…) Deze lagen in de kluis, maar ik kan ze niet meer vinden! Ik heb deze nu (ivm aandelenoverdracht) en in de toekomst nog al eens nodig! (..)’. [geïntimeerde] merkt terecht op dat hieruit niet blijkt van enig handelen van [appellante] / [betrokkene 3] jegens [geïntimeerde] en/of [betrokkene 1 en betrokkene 2] om vóór de fatale datum van 29 februari 2012 tot een overname van de 15% aandelen te geraken. [appellante] stelt niets omtrent enig voordien aan [geïntimeerde] of [betrokkene 1 en betrokkene 2] gedaan verzoek, laat staan omtrent enige sommatie of in gebrekestelling. Zij stelt niet welke specifieke, door haar niet anderszins te achterhalen bescheiden aan een tijdige voldoening van haar overnameverplichting aan de weg hebben gestaan en geeft geen enkel inzicht in de vraag of zij zelf een tijdige financiering voor een overname zou hebben kunnen realiseren. Dat had wel op haar weg gelegen in het licht van het feit dat zij in november 2011 te kennen had gegeven aan haar verplichting tot overname van de 15% aandelen niet te kunnen voldoen omdat de financiële middelen daarvoor ontbraken en in het licht van het verweer van [geïntimeerde] (cva 43) ‘dat de termijn voor nakoming was verlopen en dat [betrokkene 3] toentertijd zelf tijdig het een en ander had moeten regelen en niets heeft gedaan’. Tot de geloofwaardigheid van het standpunt van [appellante] - dat zij er harerzijds alles aan zou hebben gedaan om tot een tijdige overname van de aandelen te komen (uiterlijk 29 februari 2012) - draagt bovendien niet bij dat [appellante] pas bij dagvaarding van 30 oktober 2013 [geïntimeerde] in rechte heeft betrokken voor haar vordering tot levering van de 15% aandelen en in die dagvaarding vervolgens niet meer stelt dan dat zij ‘thans’ wil dat uitvoering wordt gegeven aan de overeenkomst van 6 september 2008 en de nadere overeenkomst van 23 december 2011.