Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
curator in het faillissement van [Beheer] Beheer B.V.,wonende te [woonplaats] ,
curator in het faillissement van [Beheer] Beheer B.V.,wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/262911/HA ZA 13-288)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep tevens akte vermindering van eis met producties;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep
- het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd en ter gelegenheid waarvan [appellant] bij akte producties in het geding heeft gebracht.
3.De beoordeling in beide zaken
dan het kennelijk onbehoorlijk bestuur(dat door de te late publicatie onweerlegbaar vast staat) de oorzaken van het faillissement waren en niet de te late publicatie zelf.
al dan niet met toepassing van het vierde lid(curs. hof|) kan bepalen dat het tekort in een schadestaatprocedure zal worden begroot.
ook bij toepassing van art. 2:248 lid Pro 5” moet worden begroot op het bedrag van de schulden voor zover die niet door vereffening van de overige baten kunnen worden voldaan. De begroting van dat tekort wordt niet beïnvloed door de mate waarin de curator erin slaagt de door de aansprakelijke bestuurder gemaakte aanmerkingen op het boedelbeheer te weerleggen. De wijze waarop een faillissement is afgewikkeld, kan ingevolge artikel 2:248 lid 4 BW Pro wel bijdragen tot het oordeel van de rechter dat hem het bedrag waarvoor de bestuurders aansprakelijk zijn, hem bovenmatig voorkomt.