Uitspraak
GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH
1.[Media B.V.] Media B.V.,
5.Het verdere verloop van het geding
- het tussenarrest van 14 juni 2016;
- de memorie van grieven van [appellanten] van 12 juli 2016;
- de memorie van antwoord in het principaal appel tevens memorie van grieven in het (voorwaardelijk) incidenteel appel van [geïntimeerde] van 20 september 2016 met producties;
- de memorie van antwoord in het (voorwaardelijk) incidenteel appel van [appellanten] van 1 november 2016.
6.De gronden van het hoger beroep
7.De verdere beoordeling
primaireen verklaring voor recht dat [geïntimeerde] artikel 4.4 van de samenwerkingsovereenkomst heeft overtreden en veroordeling van [geïntimeerde] tot betaling van € 100.000,=. Daarnaast stelt [appellanten] dat [geïntimeerde] heeft gehandeld in strijd met het merkrecht van [appellanten] . Op grond hiervan vordert [appellanten] s
ubsidiaireen verklaring voor recht dat [geïntimeerde] hierdoor onrechtmatig heeft gehandeld en veroordeling van [geïntimeerde] tot betaling van een schadevergoeding van € 100.000,=. Dit bedrag is volgens [appellanten] bij benadering de winstderving gedurende drie jaar vanwege het ontbreken van een deelnemer in de regio [regio] .