Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/218332/KG ZA 16-118)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met 12 grieven en de producties 37 en 38;
- de memorie van antwoord;
- het pleidooi op 4 mei 2017, waarbij beide advocaten een pleitnota hebben overgelegd en [Adviesgroep] Brabant de producties 39-42 aan het dossier heeft toegevoegd;
- het H16-formulier, waarbij de advocaat van [Adviesgroep] Brabant aan het hof heeft bericht dat partijen er niet in zijn geslaagd om een schikking te bereiken.
3.De beoordeling
toevoeging hof: verder aan te duiden als het concurrentiebeding)
toevoeging hof: verder aan te duiden als het vestigingsbeding)
toevoeging hof: verder aan te duiden als het relatiebeding in de koopovereenkomst)
(toevoeging hof: hierna aan te duiden als het combinatiebeding).
toevoeging hof: hierna aan te duiden als het geheimhoudingsbeding)”
toevoeging hof: hierna aan te duiden als het relatiebeding in de arbeidsovereenkomst)”
(de arbeidsovereenkomst, toevoeging hof)overeengekomen relatiebeding van kracht blijft. Mocht zich een relatie van werkgever bij werknemer melden, zal deze werkgever onverwijld op de hoogte daarvan brengen en bepalen partijen in goed onderling overleg per geval hoe met de situatie wordt omgegaan.”
- primair tot december 2019 (5 jaar na het einde van de arbeidsovereenkomst);
- subsidiair tot december 2018 (???);
- meer subsidiair tot 17 april 2017 (vijf jaar na het sluiten van de koopovereenkomst).