Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift houdende vier grieven, het procesdossier van de eerste aanleg en producties, ingekomen ter griffie op 24 februari 2017;
- het verweerschrift tevens incidenteel hoger beroep houdende twee grieven en een wijziging van eis, met producties, ingekomen ter griffie op 19 april 2017;
- het verweerschrift in incidenteel hoger beroep met één productie, ingekomen ter griffie op 1 mei 2017;
- de door de advocaat van [verweerster] nagezonden producties 32 en 33;
3.De beoordeling
De disrespectvolle manier van communiceren over, in plaats van met mevrouw [verweerster]zich niet voor verder onderzoek (noch voor bewijslevering). Of sprake is geweest van ‘een kritische werknemer’ of van gedragingen van [verweerster] die terechte ‘irritatie oproepen’ valt (zeker achteraf) niet eenduidig vast te stellen. Partijen hebben het elk voor zich zo ondervonden. Dat er tussen partijen in de afgelopen jaren een verstoorde arbeidsrelatie is ontstaan, staat vast. De arbeidsovereenkomst is immers op die grond – onder berusting door [verweerster] - ontbonden. Het hof is bovendien van oordeel dat de niet te behandelen kwesties niet leiden tot een andere beslissing over de ernstige verwijtbaarheid, noch tot een andere billijke vergoeding.