ECLI:NL:GHSHE:2017:2678

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
13 juni 2017
Publicatiedatum
13 juni 2017
Zaaknummer
200.160.024_01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep in huwelijksvermogensrecht met schuldsaneringsregeling en procedurele gevolgen

In deze zaak staat een hoger beroep centraal in een geschil over huwelijksvermogensrecht tussen een vrouw en een man, voortvloeiend uit een eerder vonnis van de rechtbank Oost-Brabant. De vrouw is appellante in principaal hoger beroep en geïntimeerde in incidenteel hoger beroep, terwijl de man de tegenovergestelde rol vervult.

Tijdens de procedure heeft de man kenbaar gemaakt dat de schuldsaneringsregeling van toepassing is verklaard op de vrouw. Dit gegeven leidt tot een verzoek om de bewindvoerder te horen over de gevolgen hiervan voor de procedure. Het hof besluit de vrouw de gelegenheid te geven hierop te reageren, zowel inhoudelijk over de schuldsanering als over de procedurele consequenties voor het lopende hoger beroep.

Het hof wijst de zaak toe naar de rol van 27 juni 2017 om deze reactie te ontvangen. De uitspraak is gedaan door drie raadsheren en is openbaar uitgesproken op 13 juni 2017. Hiermee wordt het vervolg van de procedure voorbereid met bijzondere aandacht voor de schuldsaneringsregeling en de impact daarvan op het geschil.

Uitkomst: Het hof stelt de vrouw in de gelegenheid te reageren op de schuldsaneringsregeling en de procedurele gevolgen en verwijst de zaak naar de rol van 27 juni 2017.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer 200.160.024/01
arrest van 13 juni 2017
in de zaak van
[appellante],
wonende te [woonplaats] ,
appellante in principaal hoger beroep,
geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,
hierna: de vrouw,
advocaat: mr. D. Knottenbelt te Rotterdam,
tegen
[geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde in principaal hoger beroep,
appellant in incidenteel hoger beroep,
hierna: de man,
advocaat: mr. J.A.A. van der Weijst te Gemonde,
als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 13 december 2016 in het hoger beroep van het door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch onder zaaknummer C/01/219699/HAZA 10-2369 gewezen vonnis van 27 november 2013.

5.Het verdere verloop van de procedure

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
  • de akte van de man houdende uitlating naar aanleiding van voormeld tussenarrest d.d. 13 december 2016, tevens houdende overlegging van producties, akte vermeerdering van eis, tevens verzoek tot heroverweging op onderdelen van 17 januari 2017;
  • de antwoordakte van de vrouw, tevens bezwaar tegen vermeerdering van eis en bezwaar tegen verzoek tot heroverweging op onderdelen, van 21 februari 2017;
  • de brief van de advocaat van de man (met bijlage) d.d. 6 maart 2017, waarin – voor zover thans van belang – wordt aangegeven dat op de vrouw de schuldsaneringsregeling van toepassing is verklaard en verzocht wordt om de bewindvoerder te doen oproepen om zich uit te laten over die kwestie.

6.De verdere beoordeling

in principaal en incidenteel hoger beroep
Het hof ziet in de mededeling van de man over de schuldsaneringsregeling aanleiding de vrouw in de gelegenheid te stellen bij antwoordakte te reageren op de brief van de man d.d. 6 maart 2017, doch uitsluitend voor zover de man daarin heeft opgemerkt dat ten aanzien van de vrouw de schuldsaneringsregeling van toepassing is. Voorts zal het hof de vrouw in de gelegenheid stellen zich uit te laten over de procedurele gevolgen van die schuldsanering voor de thans bij dit hof aanhangige procedure.
De uitspraak
Het hof:
verwijst de zaak naar de rol van 27 juni 2017 voor akte aan de zijde van de vrouw met het hiervoor onder 6 vermelde doel.
Dit arrest is gewezen door mrs. G.J. Vossestein, M.J. van Laarhoven en A.J.F. Manders en is in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2017.
griffier rolraadsheer