Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met het procesdossier van de eerste aanleg (inclusief de in eerste aanleg door de griffier gemaakte zittingsaantekeningen) en producties, ingekomen ter griffie op 12 januari 2017;
- het verweerschrift inclusief incidenteel hoger beroep met producties, ingekomen ter griffie op 24 februari 2017;
- het verweerschrift in incidenteel hoger beroep, ingekomen ter griffie op 9 maart 2017;
3.De beoordeling
“Er is sprake van een toename van klachten. De behandeling werd geïntensiveerd. Medicatie is aangepast. De werknemer ervaart hinderlijke bijwerkingen daarvan. Therapeutisch effect valt af te wachten. Gelet op de aard en de ernst van de huidige klachten adviseer ik om gedurende 6 weken alle re-integratieactiviteiten (zowel het 1e als het 2e spoor) stop te zetten vanwege gerede kans op verdere verergering van zijn toestandsbeeld bij geringe overbelasting. Recente medische inlichtingen zijn opgevraagd, zowel bij de behandelaar in de 1e lijn, alsmede bij de behandelaar in de 2e lijn.”
“De klachten op het gebied van het persoonlijk en sociaal functioneren houden aan. Het klachtenniveau blijft hoog. De behandeling is geïntensiveerd en de medicatie werd aangepast. Er zijn thans lichamelijke klachten bij gekomen. De diagnostiek heeft afwijkende bevindingen aangetoond. Het is niet duidelijk of de aandoening al op zijn retour is. Ik heb daarover inlichtingen bij de primaire behandelaar, die in deze hoofdbehandelaar is, opgevraagd.”.
,met het oog op de (dreiging van) psychische of lichamelijke klachten, redelijkerwijs niet kon worden gevergd dat hij zijn werkzaamheden zou verrichten of weer zou beginnen met re-integratie.
“Hij heeft dan ook begrijpelijk zijn werk als beveiliger volledig hervat en vanuit medisch oogpunt lijkt dit met betrekking tot het schoonmaakwerk eveneens mogelijk”.Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling is niet helemaal duidelijk geworden of en per wanneer [appellant] zijn werk als beveiliger volledig heeft hervat (en voor welk percentage en onder welke nadere voorwaarden), maar wel is duidelijk geworden dat dit in ieder geval niet al in de zomer van 2016 is geweest, zoals uit voormeld rapport lijkt te volgen. [appellant] heeft pas recent zijn werk als beveiliger bij Securitas hervat. De hiervoor geciteerde opmerking uit het rapport dat [appellant] ook het werk als industrieel schoonmaker bij [Diensten B.V.] weer kan hervatten, acht het hof te vaag. In het rapport wordt slechts vermeld dat ‘dit mogelijk lijkt’, terwijl een nadere onderbouwing ontbreekt. [appellant] heeft zich weliswaar in de zomer 2016 of kort nadien weer beter gemeld bij [Diensten B.V.] , maar hij heeft de kantonrechter niet op de hoogte gebracht van zijn arbeidsgeschiktheid. Verder blijkt nergens uit dat [appellant] weer heeft aangedrongen op toelating tot de werkzaamheden. Daar is ook niets over gesteld.