Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant],wonende te [woonplaats],
[appellante],wonende te [woonplaats],
1.[geïntimeerde 1],wonende te [woonplaats],
[geïntimeerde 2],wonende te [woonplaats],
5.Het arrest van 16 augustus 2016
6.Het vervolg van de procedure
7.De verdere beoordeling
Het is een feit van algemene bekendheid dat bomen voortdurend hoger worden en dat rechtvaardigt de gevolgtrekking dat in de komende jaren vóór 11 juni het tijdstip waarop de zon niet boven de bomen uit komt eerder op de dag zal vallen”. De bomen zullen dan nog meer zonlicht aan de tuin ontnemen en tien dagen na 21 juni zal dat opnieuw zo zijn, aldus de kantonrechter. De drie hoge bomen beperken de mogelijkheid van rechtstreeks ontvangst van zonlicht van [geïntimeerden] meer dan redelijk is. Een redelijke afweging van de belangen van beide partijen makend (zo vat het hof het vonnis samen) brengt de kantonrechter tot het oordeel dat de drie hoge bomen tot 5 meter boven de grond moeten worden afgetopt. Het risico dat de bomen dood gaan als zij worden afgetopt, zoals [appellanten] stellen, blijft voor hun rekening.
maar dat is het soort last dat men als buren van elkaar dient te accepteren”, aldus de kantonrechter.
Vanaf dat moment is [geïntimeerde 1] onrechtmatig hinder gaan ondervinden omdat zijn tuin vrijwel de gehele dag in de schaduw ligt”. [geïntimeerden] voegen daar aan toe dat zij al sinds 2000 hebben geklaagd over de hinder die zij ondervonden en ondervinden. Over de stelling dat de bomen na 1989 niet veel hoger en dikker zijn geworden, stellen [geïntimeerden] dat het niet hoger opschieten nog niet betekent dat de bomen zich niet verder hebben ontwikkeld; het is niet onaannemelijk dat de schaduwwerking verder is toegenomen. Een sinds 1989 bestaande toestand kan daarom niet worden aangenomen, aldus [geïntimeerden]
niet onaannemelijk is dat de schaduwwerking verder is toegenomen” is daarvoor onvoldoende. De stellingen van [geïntimeerden] over de aanvang van het moment waarop zij daadwerkelijk hinder ondervonden, zijn daarnaast ook innerlijk tegenstrijdig. Zo hebben zij in de inleidende dagvaarding onder meer gesteld dat zij het gras iedere twee jaar moesten vervangen en daarom op een gegeven moment maar kunstgras hebben gelegd. Verder stellen zij dat zij sinds 2000 klagen, dat als tijdstip van het ontstaan van de hinder 2003/2006 kan worden aangenomen, en dat zij de hinder pas zijn gaan ondervinden toen in 2014 de jonge boompjes werden geplant. Ook hiermee is onvoldoende betwist dat de gesteld onrechtmatige toestand er niet reeds vanaf 1989 en daarna bij voortduring zou zijn, zoals [appellanten] hebben gesteld.
€ 500,00 per dag.
“(..) of de berk 1,2 mtr van de erfgrens af staat kan ik zo niet beoordelen maar zeker binnen 2 mtr van de erfgrens.
De nieuwe aanplant staat inderdaad binnen 2 meter van de grens. Het is allemaal inlands hout wat eens in de 5 jaar terug gesnoeid kan worden (..) hieronder valt ook de vuilboom en de rest van de beplanting binnen de eerste 2 meter vanaf de grens (..)”.