Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/286031/HAZA 14-583)
2. Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties en eiswijziging;
- de memorie van antwoord met producties;
- de akte van [appellante] ;
- de akte van depot;
- de antwoordakte van [geïntimeerde] met één productie;
3.De beoordeling
mogelijkheidom permanente bewoning op het perceel te realiseren; van een verplichting daartoe is geen sprake. In dit opzicht had [geïntimeerde] bij de intrekking geen redelijk belang. Mogelijk was het belang van [geïntimeerde] gelegen – zoals [appellante] stelt – in het feit dat hij het perceel na de echtscheiding toebedeeld wenst te krijgen en de hogere waarde als gevolg van de bestemmingswijziging niet zou kunnen financieren, maar zelf ontkent [geïntimeerde] dat die omstandigheid voor hem een rol heeft gespeeld.