Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de vrouw, bijgestaan door mr. Stassen;
- de man, bijgestaan door mr. Nass.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele procedure in hoger beroep verzocht de vrouw om vernietiging van een beschikking van de rechtbank Limburg inzake de verdeling van de gemeenschap van goederen met betrekking tot een onroerende zaak. Het hof beoordeelde uitsluitend de ontvankelijkheid van het hoger beroep.
De vrouw stelde dat haar beroepschrift tijdig was ingediend, waarbij zij een bijzondere omstandigheid aanvoerde die een uitzondering op de beroepstermijn zou rechtvaardigen. Volgens haar advocaat was er mogelijk een poging gedaan om het beroepschrift op tijd bij het hof af te leveren via een vervoerder, maar dit werd niet bevestigd door de stukken of de mondelinge behandeling.
Het hof concludeerde dat het beroepschrift pas op 18 oktober 2016 bij het hof was ingekomen, terwijl de termijn tot 4 oktober 2016 liep. Er was geen bewijs voor de gestelde bijzondere omstandigheid en de wet kent geen uitzondering op de beroepstermijn in deze zaak. Daarom verklaarde het hof het hoger beroep van de vrouw niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de vrouw niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder geldige bijzondere omstandigheid.