Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.de Gemeenschappelijke Regeling Zeeland Seaports,gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak- en rolnummer C/12/84485/HA ZA 12-177)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaardingen in hoger beroep;
- de akte van de FNV houdende kennisgeving van rechtsopvolging;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord van geïntimeerden 1 en 2 met producties;
- de memorie van antwoord van geïntimeerde 3 met producties;
- het pleidooi, waarbij de FNV pleitnotities heeft overgelegd.
3.De beoordeling
Degene die arbeidskrachten ter beschikking stelt, stelt, (…), geen arbeidskrachten ter beschikking voor het verrichten van werkzaamheden in dat bedrijf (…), waar de werkstaking, (…) heerst. Hier zijn degenen die, volgens de FNV, arbeidskrachten ter beschikking hebben gesteld zowel ZSP als NBV. Het bedrijf waar de werkstaking heerst is VLB.
vanhet bestaakte bedrijf, maar niet
indat bedrijf).
inde onderneming van VLB. Immers, aangenomen moet worden dat zij behulpzaam zijn geweest bij het werk van de niet-stakende werknemers van VLB. Het is dan ook niet zo dat de door ZSP aangetrokken bootlieden zelfstandig, buiten de onderneming van VLB om, werkzaamheden hebben verricht.
‘toezichtofleiding’.
in dat bedrijf of die onderneming(artikel 10 Waadi Pro).
tegen vergoeding’in artikel 1 onder Pro c Waadi. Het hof merkt eerst op dat niet aanstonds duidelijk is wie in deze bepaling de vergoeding betaalt en wie deze ontvangt. De FNV betoogt mogelijk dat aan dit vereiste reeds is voldaan omdat ZSP erkent de ingehuurde bootlieden te hebben betaald (niet wordt de eis gesteld dat de bestaakte werkgever de onderkruipers betaalt, punt 16 cvr). ZSP, zo begrijpt het hof, stelt dat niet aan dit vereiste is voldaan omdat zij de bootlieden heeft betaald, en juist niet VLB. Terzijde merkt het hof op dat in artikel 1 onder Pro c mogelijk ook kan gaan om een vergoeding van VLB aan ZSP.
degene die arbeidskrachten ter beschikking stelt’.