Partijen zijn in 2013 gehuwd en hebben samen twee minderjarige kinderen. De man verzocht bij de rechtbank om echtscheiding en een omgangsregeling met de kinderen, maar dit werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs van duurzame ontwrichting van het huwelijk.
De man ging in hoger beroep en voerde aan dat het huwelijk duurzaam was ontwricht, onder meer door conflicten en het feit dat hij sinds april 2015 de echtelijke woning had verlaten. De vrouw betwistte dit en stelde dat partijen nog samenwoonden en het huwelijk niet duurzaam ontwricht was.
Het hof oordeelde dat de man zijn stellingen onvoldoende had onderbouwd en dat de vrouw’s betwisting geloofwaardiger was. Het hof bevestigde daarom de eerdere beschikking en wees het verzoek tot echtscheiding en omgang af.