ECLI:NL:GHSHE:2016:4762

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
25 oktober 2016
Publicatiedatum
25 oktober 2016
Zaaknummer
200.186.108_01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 EEX-Verordening
Verwijzingen
8 uitgaand · 6 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep kort geding over echtscheidingsconvenant

In deze zaak staat een hoger beroep in een kort geding centraal betreffende een echtscheidingsconvenant tussen de man en de vrouw, beiden woonachtig in verschillende plaatsen. Het geschil betreft de uitvoering en interpretatie van afspraken gemaakt in het convenant.

Na eerdere uitspraken, waaronder een tussenarrest en vonnissen van de rechtbank Limburg en Amsterdam, heeft het hof de procedure voortgezet met het uitwisselen van processtukken. De man heeft in zijn antwoordakte uitgebreid gereageerd op een uitspraak van de rechtbank Amsterdam met betrekking tot artikel 24 van Pro de EEX-Verordening.

Het hof heeft de vrouw de gelegenheid gegeven om hierop te reageren, in het belang van een goede procesorde. De zaak is verwezen naar de rol van 8 november 2016 voor het indienen van deze reactie, waarna verdere beslissingen zullen volgen.

Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 25 oktober 2016. De procedure wordt hiermee voortgezet zonder dat het hof op dit moment een inhoudelijke beslissing neemt.

Uitkomst: De zaak is aangehouden en verwezen naar de rol voor nadere processtukken.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer 200.186.108/01
arrest van 25 oktober 2016
in de zaak van
[de man],
wonende te [woonplaats] (België),
appellant in principaal appel,
geïntimeerde in incidenteel appel,
hierna aan te duiden als de man,
advocaat: mr. C.C.J. van Pol te Echt, gemeente Echt-Susteren,
tegen
[de vrouw] ,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde in principaal appel,
appellante in incidenteel appel,
hierna aan te duiden als de vrouw,
advocaat: mr. N.V.N.J. de Laurente te Maastricht, voorheen S.T.M. Horst,
als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 12 juli 2016 in het hoger beroep van het vonnis van 18 januari 2016, door de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, gewezen tussen de man als eiser in conventie, verweerder in voorwaardelijke reconventie en de vrouw als gedaagde in conventie, eiseres in voorwaardelijke reconventie.

5.Het verdere verloop van de procedure

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
  • de akte uitlating bevoegdheid van de vrouw;
  • de akte uitlating van de man;
  • de antwoordakte van de vrouw;
  • de antwoordakte van de man.

6.De beoordeling

In zijn antwoordakte is de man naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 juli 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:4565 nog uitgebreid ingegaan op art. 24 EEX Pro-Verordening (herschikt). Daarop heeft de vrouw nog niet kunnen reageren. De eisen van een goede procesorde brengen dan mee dat zij daartoe alsnog in de gelegenheid wordt gesteld. Het hof zal aldus beslissen.

7.De uitspraak

Het hof:
verwijst de zaak naar de rol van 8 november 2016 voor:
- akte aan de zijde van de vrouw met het hiervóór in rov. 6 vermelde doeleinde;
houdt verder iedere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. G.J. Vossestein, M.J. van Laarhoven en P.P.M. van Reijsen en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 25 oktober 2016.
griffier rolraadsheer