Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[bouw v.o.f.] Bouw V.O.F.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[bouw b.v.] Bouw B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[woningen b.v.] Woningen B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 16 juni 2015;
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 15 september 2015;
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 11 december 2015.
6.De verdere beoordeling
In het hiervoor overwogene ligt evenwel besloten dat laatstgenoemd standpunt van [appellanten c.s.] onjuist is. Voorts ligt in hetgeen [appellanten c.s.] overigens stellen, te weten dat [opdrachtgever] aan [appellanten c.s.] èn [installatiebureau BV ] heeft gevraagd de problemen te herstellen, en in het gegeven dat [installatiebureau BV ] dat herstel vervolgens met kennelijk medeweten en instemming van [appellanten c.s.] is gaan uitvoeren, besloten dat [appellanten c.s.] als opdrachtgevers van dat herstel hebben te gelden.