Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[Bouw V.O.F.],gevestigd te [vestigingsplaats],
[Bouw B.V.],
gevestigd te [vestigingsplaats],
[Woningen B.V.],gevestigd te [vestigingsplaats],
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 221588, rolnummer HA ZA 10-1275)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven, tevens houdende wijziging van eis, met producties (genummerd 42 tot en met 170);
- de memorie van antwoord in principaal hoger beroep, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep;
- de akte van [appellanten c.s.];
- de antwoordakte van [geïntimeerde].
3.De beoordeling
Die ratio gaat evenwel niet op indien in de verhouding tussen [geïntimeerde] en [Bouw V.O.F.] extra werk ten opzichte van de standaard werkzaamheden in het rekenprogramma overeengekomen werd. In dat geval immers ontving [Bouw V.O.F.] daarvoor niet alleen een offerte en een spreadsheet waarop de meerprijs vermeld was, maar tevens de originele factuur voor die werkzaamheden. Niet valt in te zien, en [Bouw V.O.F.] heeft dit ook niet bevredigend toegelicht, waarom – in dat geval - daarnaast een kopie van die factuur nodig zou zijn om het door [geïntimeerde] verrichte extra werk inzichtelijk te maken. De door [Bouw V.O.F.] gegeven verklaring, hierop neerkomend dat dit het gemak van [appellante] diende omdat steeds aan het einde van het kalenderjaar werd afgerekend, is niet overtuigend. Dit vormt er een extra aanwijzing voor dat de gecombineerde verplichting om meerwerkfacturen in te sturen en over die factuurbedragen provisie te betalen alleen betrekking had op meerwerk dat door opdrachtgevers rechtstreeks aan [geïntimeerde] werd opgedragen.