Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats 1] ,
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats 2] ,
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak stond de bewijswaardering van een overeenkomst van geldlening centraal. Balema B.V. vorderde terugbetaling van meerdere leningen aan [geïntimeerde 1], vermeerderd met rente. Het hof bekeek de bewijsstukken, waaronder een partijgetuigenverklaring van de directeur van Balema, bankafschriften, een schuldbekentenis en verklaringen van een accountant.
Het hof oordeelde dat ondanks de partijgetuigenverklaring, de aanvullende bewijzen voldoende waren om de leningsovereenkomst te bewijzen. Vervolgens werd de aansprakelijkheid van [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] beoordeeld aan de hand van artikel 1:102 BW Pro (oud), dat hoofdelijkheid voor schulden tijdens het huwelijk regelt.
[geïntimeerde 2] voerde aan dat zij niet aansprakelijk zou zijn omdat de lening buiten haar medeweten was aangegaan, maar het hof verwierp dit. Ook het beroep op vernietiging wegens ontbreken van toestemming voor hypotheekverlening faalde. Uiteindelijk werd [geïntimeerde 1] veroordeeld tot betaling van €73.600,- plus rente, en [geïntimeerde 2] hoofdelijk aansprakelijk voor de helft. De kosten werden verdeeld conform de procesverloop.
Uitkomst: Het hof veroordeelt [geïntimeerde 1] tot betaling van €73.600,- met rente en stelt [geïntimeerde 2] hoofdelijk aansprakelijk voor de helft.